De verkamering van woningen voor arbeidsmigranten is een voor velen bekend, en tegelijkertijd negatief verschijnsel. Woningen zijn immers primair bedoeld voor de huisvesting van gezinnen of huishoudens die in een onderlinge samenhang en afhankelijkheid samenwonen.
Door het gebrek aan andere voorzieningen, zijn de afgelopen jaren tal van woningen (op)gekocht en (al dan niet met vergunning) verkamerd. Dit wordt niet als wenselijk gezien, het heeft dan ook om verschillende redenen de voorkeur om verkamering in de kernen en wijken zo min mogelijk te faciliteren en waar mogelijk zelfs terug te dringen.
In de voormalige gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint-Hubert zijn in 2021 bestemmings-plannen vastgesteld om kamerbewoning te reguleren. Verkamering van woningen wordt niet uitgesloten (er geldt geen absoluut verbod), er is wel een omgevingsvergunning vereist en er vindt een leefbaarheidstoets plaats. Daarin worden zaken als veiligheid, overlast, parkeren etc. afgewogen.
De verwachting is dat bij het realiseren van meer grootschalige voorzieningen (zie hierna bij 5.9.3), het sluiten van het convenant met marktpartijen, de verkamering van woningen minder vlucht zal nemen en (op termijn) zelfs kan leiden tot het vrijkomen van een deel van deze woningen voor reguliere bewoning.
In combinatie met het in 2024 instellen van de verhuurdersvergunning vormt het paraplu-bestemmingsplan ‘Kamerbewoning’ een sluitend systeem dat veel voordelen in zich herbergt. Reden om de inhoud van het bestemmingsplan te gieten in de vorm van een beleidsregel zodat die gebruikt kan worden als toetsingskader (zie ook hoofdstuk 7) voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het maximumaantal te huisvesten personen in een verkamerde woningen wordt vastgesteld op vier.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.9.
Artikel 5.9.1.
Verkamering van woningen
Onderdeel van Beleidsnota Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten Land van Cuijk 2024