In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Gemeentelijk monument: onroerende zaak of aanleg die deel uitmaakt van cultureel erfgoed en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening gemeente voorst.
eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar, dan wel als erfpachter of opstalhouder van een monument is ingeschreven;
subsidiabele kosten: kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de instandhouding van een monument. Hieronder zijn niet begrepen de kosten die uitsluitend dan wel in overwegende mate worden gemaakt voor de verbetering van het wooncomfort.
bouwhistorisch onderzoek: door een ter zake deskundige opgesteld en in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en bouwhistorische waarden van een monument;
dendrochronologisch onderzoek: een door een ter zake deskundige verricht onderzoek naar de ouderdom en herkomst van houten voorwerpen en constructies aan de hand van groeiringen in het hout;
kleurhistorisch onderzoek: een onderzoek waarbij aanwezige historische kleurlagen van schilderwerk worden blootgelegd;
haalbaarheidsonderzoek: onderzoek naar de haalbaarheid van een investering in brede zin gericht op de duurzame instandhouding van een monument;
onderhoudsplan: een (meerjaren)plan waarin de planning voor noodzakelijk onderhoud is uitgewerkt en geprioriteerd met als uitgangspunt het behoud van cultuurhistorische waarden, waaraan verplichtingen voor de eigenaar zijn gekoppeld;
instandhouding: werkzaamheden die gericht zijn op onderhoud en restauratie van een monument;
zelfwerkzaamheid: wanneer een eigenaar, bewoner of aanvrager zelf en voor zichzelf (onderhouds)werkzaamheden uitvoert aan het gemeentelijk monument;
molensubsidie: subsidie voor instandhouding die specifiek is bedoeld voor de vijf monumentale molens in de gemeente Voorst.