Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Planologische aspecten

Onderdeel van Overhoekenbeleid gemeente Aa en Hunze 2024

Hierbij moet worden gedacht aan de stedenbouwkundige verantwoording, eventueel te verwachten planologische ontwikkelingen en het feitelijke gebruik van de grond. Stedenbouwkundig verantwoord De stedenbouwkundige opzet van een straat of wijk bepaald hoe de straat/wijk is opgebouwd. Hierbij geven met name het structureel en functioneel groen inhoud aan de groene structuur. Zij ondersteunen en versterken de ruimtelijke en stedenbouwkundige opzet. Bij verkoop van een overhoek moet rekening worden gehouden dat de nieuwe eigenaar de grond naar eigen wens gaat inrichten en bij het huisperceel zal aantrekken. Dit kan betekenen dat een bouwwerk wordt opgericht en/of bepaalde erfafscheidingen worden geplaatst die de omliggende groenstructuur aantasten. Het is mogelijk om over de wijze van inrichting afspraken vast te leggen in de private overeenkomst. Uit de praktijk blijkt echter dat naleving en controle niet of onvoldoende plaatsvindt. Indien dan ook wordt voorzien dat verkoop van een overhoek leidt tot aantasting van de stedenbouwkundige opzet dient de overhoek niet te worden verkocht. Verkoop van grond dient alleen plaats te vinden indien de nieuwe eigenaar, behoudens de bestemmingsplanbepalingen en andere regelgeving, onvoorwaardelijk gebruik kan maken van de grond. Ontwikkelingen Verkoop van een overhoek mag geen bedreiging betekenen voor eventuele toekomstige planologische ontwikkelingen of reconstructies. Indien wordt voorzien dat een overhoek in de nabije toekomst mogelijk nodig is voor het realiseren van een nieuwe ontwikkeling dient de overhoek niet te worden verkocht. Eventueel kan nadat er meer duidelijkheid is of de ontwikkeling doorgang vindt, of nadat de ontwikkeling heeft plaatsgevonden, een herbeoordeling van de overhoek plaatsvinden. Gebruik In een bestemmingsplan hebben alle gronden een bepaalde bestemming. Meestal hebben de voor verkoop geschikte gronden de bestemming ‘openbaar groen’ of ‘ verkeersdoeleinden’. Privaatrechtelijk is er geen reden om bij dergelijke gronden niet over te gaan tot verkoop. De overhoek dient in overeenstemming met de bestemming te worden gebruikt of ingericht. Op het moment dat de gemeente een overhoek verkoopt mag de koper er echter van uitgaan dat hij deze grond in de geest van de bestemming ‘tuin’ mag inrichten en dat de gemeente zorgt voor de juiste bestemming. De aanpassing van de bestemming van het verkochte perceel naar de feitelijke situatie vindt echter in principe pas plaats bij de eerstvolgende reguliere herziening van het betreffende bestemmingsplan. Wanneer de koper vooruitlopend op deze actualisatie van de bestemming wenst af te wijken van de geldende bestemming, dient dit op zijn verzoek en kosten langs formele RO-procedures te geschieden. Ook hier geldt weer dat verkoop van grond alleen kan plaatsvinden indien de nieuwe eigenaar, behoudens de bestemmingsplanbepalingen en andere regelgeving of zakelijke rechten, in de toekomst onvoorwaardelijk gebruik kan maken van de grond. Indien wordt vermoed dat de verkochte overhoek bij een toekomstige bestemmingsplanwijziging niet de gewenste bestemming zal krijgen dient terughoudend met de verkoop van de overhoek worden omgegaan. Uitgangspunt beoordeling aanvraag Vaststellen dat de te verkopen grond in planologisch opzicht geen belemmeringen of problemen mag geven voor verkoper en/of koper. Gevolg: Gemeente behoudt haar ontwikkelmogelijkheden. De koper koopt grond waar hij onvoorwaardelijk gebruik van kan maken (behoudens bestemmingsplanbepalingen, APV)

Rechtspraak bij dit artikel