Bij de aanvang van de zittingsperiode worden zo spoedig mogelijk door de voorzitter, na overleg met de fractievoorzitters, aangewezen de vaste zitplaatsen, bestemd voor de leden van elke fractie.
Aan de fracties wordt overgelaten te bepalen in welke volgorde haar leden zullen plaatsnemen.
De voorzitter wijst, zo mogelijk in overleg met het presidium, de (vaste) zitplaatsen voor de leden van het college aan.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Zitplaatsen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad