Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 33

Stemming over zaken

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad

Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, wordt zo nodig tot stemming overgegaan. Vraagt geen der leden stemming, dan wordt het besluit geacht met algemene stemmen te zijn genomen. Een lid kan evenwel aantekening verzoeken in het verslag, dat hij geacht wil worden te hebben tegen gestemd. Vraagt één der leden stemming, dan heeft de stemming plaats bij hoofdelijke oproeping door de voorzitter, Behoudens in de gevallen, dat de leden zich ingevolge de bepalingen van de gemeentewet van stemming moet onthouden, is ieder lid, in de vergaderzaal aanwezig, verplicht zijn stem uit te brengen en zulks te doen met het woord “voor/foar” of “tegen/tsjin”, zonder enige bijvoeging. De stemming heeft plaats naar de volgorde van de presentielijst, met dien verstande, dat bij de aanvang van elke vergadering door het lot wordt aangeduid, bij welk nummer van de presentielijst de omvraag in die vergadering zal aanvangen. De voorzitter brengt, indien hij lid van de raad is, het laatst zijn stem uit. Elk lid heeft het recht te doen aantekenen, dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering.

Rechtspraak bij dit artikel