Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht
nemen van dit reglement te herinneren;
een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats
heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
sluiten.
De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door
zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, het verdere
verblijf in de vergadering te ontzeggen.
Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
daarvan verlaat het lid onmiddellijk de vergadering. Zo
nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van
zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
maanden de toegang tot de raad- en commissievergadering
worden ontzegd.
HOOFDSTUK 3. › PARAGRAAF 2.
Artikel 21.
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2014