Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
voordracht of het opstellen van een voordracht of
aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie
leden tot de commissie van stemopneming.
Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht
een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
identiek te zijn.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
worden samengevat op één briefje.
De commissie van stemopneming onderzoekt of het aantal
ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat
ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te
leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de
stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een
nieuwe stemming gehouden.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
hebben ingeleverd.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
HOOFDSTUK 3. › PARAGRAAF 3.
Artikel 28.
Stemming over personen en commissie van stemopneming
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2014