Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
institutie, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling
van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de
vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen
bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de
raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter
verwijzen naar de desbetreffende commissie.
Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen, vastgelegd in artikel 39, zijn
van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen zoals
vastgelegd in artikel 41, zijn van overeenkomstige
toepassing.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
benoemd.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 54.
Verslag en verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2014