**1..** Twee derde van de deelplafonds voor 2024 en 2025 is beschikbaar voor aanvragen van de feitelijk in de gemeente werkzame woningcorporaties naar rato van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze Subsidieregeling bestaande aandeel van die woningcorporaties in het relevante woningbezit. Als het relevante woningbezit wordt aangemerkt het aantal woningen en monumentale woningen in eigendom van woningcorporaties die feitelijk werkzaam zijn binnen de gemeente. Het relevante woningbezit wordt bepaald aan de hand van de meest recente monitor prestatieafspraken ten tijde van het vaststellen van deze Subsidieregeling. Het aandeel dat een feitelijk binnen de gemeente werkzame woningcorporatie heeft in het relevante woningbezit met energielabel E, F of G, vormt het gedeelte van de deelplafonds dat voor de aanvragen van die woningcorporatie maximaal beschikbaar is.
**2..** Een derde van de deelplafonds voor 2024 en 2025 wordt verdeeld over de aanvragen op volgorde van binnenkomst nadat reeds aanspraak is gemaakt op het gedeelte dat door een woningcorporatie is toegekend conform artikel 10 lid 1.
**3..** Het deelplafond voor 2026 wordt verdeeld over de aanvragen op volgorde van binnenkomst.
**4..** Bij de toepassing van het tweede en derde lid geldt als de datum en het tijdstip van ontvangst de datum en het tijdstip waarop de aanvraag volledig is ingediend. Een aanvraag is volledig indien de aanvraag voldoet aan alle van toepassing zijnde indieningsvereisten uit de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening en deze Subsidieregeling.
**5..** De subsidie kan worden verleend zolang het subsidieplafond of het relevante deelplafond nog niet is bereikt.
Artikel 10.
Verdeelregels
Onderdeel van Subsidieregeling verduurzaming woningbezit Woningcorporaties