Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.1

Voormalige stortplaatsen

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Uithoorn

Er zijn ongeveer 4.000 bekende voormalige stortplaatsen in Nederland, met een totale oppervlakte van ongeveer 8.000 hectare. Sommige voormalige stortplaatsen zijn in eigendom van de gemeente, de meeste zijn in bezit van private partijen. Een voormalige stortplaats is een terrein waar, al dan niet onder toezicht van de overheid, in het verleden afval is gestort. Het stortmateriaal bestaat met name uit huishoudelijk afval, bedrijfsafval en bouw- en sloopafval. ‘Voormalige’ betekent dat de stortactiviteiten voor 1 september 1996 zijn gestopt. Deels waren deze stortplaatsen vergund onder de Hinderwet of Wet milieubeheer, maar de nazorg van deze categorie stortplaatsen is niet of maar beperkt geregeld. Deze categorie stortplaatsen is per provincie geïnventariseerd en onderzocht in het kader van het NAVOS-project. De stortplaatsen waar na 1 september 1996 afval is gestort, vallen onder de Nazorgregeling Wet milieubeheer en worden dus niet als voormalige stortplaats aangemerkt. Het huidig juridisch kader Op dit moment is er voor de voormalige stortplaatsen geen specifiek juridisch kader, maar de Wet bodembescherming (Wbb), Waterwet (stortplaatsen buitendijks, in uiterwaarden) en de Wet milieubeheer bieden wel mogelijkheden om gewenste milieuhygiënische doelstellingen te behalen. De Wbb biedt de mogelijkheid om voormalige stortplaatsen beleidsmatig aan te duiden als een potentieel geval van ernstige bodemverontreiniging. Het juridisch instrumentarium van de Wbb is dan van toepassing. Met een provinciale milieuverordening kunnen onder meer regels worden gesteld voor het beschermen van de gezondheid, de bodemkwaliteit en de grondwaterkwaliteit bij hergebruik van voormalige stortplaatsen. Aard van de problematiek Stortplaatsen hebben een specifieke bodemverontreinigingsproblematiek. Risico’s voor de mens kunnen onder meer ontstaan door contact met een verontreinigde of te dunne afdeklaag, contact met stortmateriaal, blootstelling aan stortgas, blootstelling aan eventueel vrijkomend percolaat of gebruik van verontreinigd grondwater. Het stortmateriaal is meestal heterogeen van samenstelling waardoor het gevaar van blootstelling aan verontreinigingen soms moeilijk in te schatten is. Zelfs onderzoek van dit stortmateriaal geeft door de heterogeniteit van het materiaal een beperkt inzicht. Stortmateriaal kan ook mobiele verbindingen bevatten die door uitloging naar het grondwater een grondwaterverontreiniging kunnen veroorzaken. De bron van deze verontreiniging in een stortplaats is daarbij niet separaat aan te pakken. Een ander kenmerk van de voormalige stortplaatsen is de dynamische situatie ter plekke door erosie van de afdeklaag (vanwege hellingen van het stortlichaam boven maaiveld) en biochemische afbraakprocessen als gevolg van afbraak van organisch materiaal met zettingen in het stortlichaam als gevolg. Op veel voormalige stortplaatsen die gesloten zijn voor september 1996 is nazorg en beheer niet goed geregeld. Dit in tegenstelling tot de stortplaatsen die zijn gesloten na 1996. Op die stortplaatsen is in de meeste gevallen een volledige bovenafdichting aangelegd, die water- en gasdicht is en is er een dikke afdeklaag aanwezig. Nazorg en beheer zijn voor die situaties meestal goed geregeld. Voormalige stortplaatsen onder de Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat de rol van bevoegd gezag voor de voormalige stortplaatsen over van de provincies en waterbeheerders (stortplaatsen in uiterwaarden) naar de gemeenten. Zij worden niet direct verantwoordelijk voor de milieuhygiënische problematiek. Hiervoor blijft bij de eigenaar of initiatiefnemer het eerste aanspreekpunt. Wel dienen gemeenten er voor te zorgen dat de veiligheid in de directe omgeving wordt geborgd. De functie en het gebruik van de voormalige stortlocatie (ook op lange termijn) moet in overeenstemming zijn met de bodemkwaliteit ter plaatse en de fysieke status van de locatie. Er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties waar zich voormalige stortplaatsen bevinden. Om veiligheid op voormalige stortplaatsen te kunnen waarborgen, kunnen registratie, onderhoud en beheer en, afhankelijk van het specifieke gebruik, aanvullende technische maatregelen nodig zijn. Daarnaast kunnen de voormalige stortplaatsen een kans bieden aan gemeenten om hun maatschappelijke opgaven op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, bedrijvigheid en natuurontwikkeling te realiseren. Om deze mogelijke ontwikkelingen op de voormalige stortplaats te faciliteren is het van belang dat ook regels worden gesteld aan grondverzet met bodemvreemd materiaal en dat hergebruik van materialen wordt gereguleerd. In het Aanvullingsbesluit bodem zijn uitsluitend activiteiten opgenomen die betrekking hebben op verontreinigde grond (waaronder graven of saneren). Er is niets opgenomen met betrekking tot handelingen met of in stortmateriaal. Zonder het stellen van regels in het omgevingsplan kan een gemeente uitsluitend handhaven op activiteiten op een voormalige stortplaats op basis van de zorgplicht en eventueel met een maatwerkvoorschrift in aanvulling op een andere gemelde activiteit die van toepassing is (bijvoorbeeld bij graven in sterk verontreinigde grond). Nadere uitwerking in omgevingsplan In het informatieblad van Bodembeheer van de Toekomst (Omgang met voormalige stortplaatsen) worden voorbeelden geschetst van veel voorkomende situaties en hoe hier in het omgevingsplan regels voor kunnen worden opgesteld. In een vervolgtraject, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, zal hier aandacht aan worden besteed.

Rechtspraak bij dit artikel