Voor het toepassen van bouwstoffen gelden, met uitzondering van AVI-bodemas, immobilisaten, staalslakken en grondstabilisatie, geen meld- en informatieverplichtingen voor het begin van de activiteit. De gebruikte bouwstoffen moeten wel voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Bouwstoffen mogen overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit alleen op de markt worden gebracht als ze zijn voorzien van een milieuverklaring bodemkwaliteit. Om dit te kunnen aantonen moet een initiatiefnemer tijdens en na afloop van het aanbrengen van bouwstoffen een aantal gegevens en bescheiden beschikbaar hebben. Dit bevordert het houden van effectief toezicht op het toepassen van bouwstoffen.
Met een milieuverklaring bodemkwaliteit wordt aangetoond dat aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Om het recht op het afgeven van een erkende kwaliteitsverklaring te krijgen is een erkenning noodzakelijk voor het produceren van de bouwstof, grond of baggerspecie en moet de erkende producent beschikken over een productcertificaat. De milieuverklaring mag alleen worden afgegeven als de bouwstoffen volgens een voorgeschreven methode aan de daarvoor geldende milieukwaliteitseisen zijn getoetst en daaruit is gebleken dat ze voor alle parameters aan de eisen voldoen.
Aan de hand van een afleverbon kan worden gecontroleerd of de partij die wordt toegepast, ook de partij is waarvoor de milieuverklaring bodemkwaliteit is afgegeven. Milieuverklaringen bodemkwaliteit en afleverbonnen worden ten minste vijf jaar na het aanbrengen van de bouwstoffen bewaard.
Uitzonderingen milieuverklaring/afleverbon bij hergebruik van bouwstoffen
Er bestaat een aantal uitzonderingen op de administratieve verplichting om voor elke partij bouwstoffen tijdens en na afloop van het aanbrengen te beschikken over een milieuverklaring bodemkwaliteit en een afleverbon. Deze uitzonderingen hebben betrekking op bouwstoffen die zodanig van aard zijn of die onder zodanige omstandigheden (opnieuw) worden toegepast dat er geen risico bestaat van verontreiniging van de bodem of het oppervlaktewaterlichaam. De hoge kosten die met de afgifte van een milieuverklaring zijn gemoeid, staan in deze gevallen in geen verhouding tot de geringe risico’s die het gebruik van deze bouwstoffen meebrengen. Het gaat hierbij om de volgende bouwstoffen/situaties:
Metselmortel of natuursteenproducten (met uitzondering van breuksteen of steenslag);
Vormgegeven bouwstoffen die zonder verandering van eigenschappen of samenstelling in ongewijzigde vorm (bijvoorbeeld dakpannen en bakstenen) en onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast;
Asfalt of asfaltbeton, waarvan volgens de in het Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd) gestelde regels is vastgesteld dat het niet teerhoudend is en die opnieuw in dezelfde wegverharding wordt toegepast;
Bouwstoffen die tijdelijk uit een werk zijn weggenomen, in dat werk op of nabij dezelfde locatie in ongewijzigde vorm en onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast zonder dat het eigendom daarvan wordt overgedragen;
Bouwstoffen die worden toegepast door een natuurlijk persoon, anders dan in het uitoefenen van zijn beroep of bedrijf, en de in het werk toegepaste hoeveelheid bouwstoffen in totaal ten hoogste 25 m3 bedraagt.
Maar de inhoudelijke verplichtingen, zoals de kwaliteitseisen waaraan moet worden voldaan, blijven van toepassing.
IBC-bouwstoffen
Het toepassen van IBC-bouwstoffen is onder de Omgevingswet niet meer mogelijk. Er is alleen overgangsrecht voor een periode van zes maanden om bestaande voorraden nog te kunnen afzetten. Voorwaarde is wel dat voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet een melding is gedaan. IBC-bouwstoffen die vrijkomen uit werken (bijvoorbeeld staalslakken die zijn toegepast als toepasbare bouwstof, maar na vrijkomen en keuren toch IBC-bouwstof blijken te zijn) kunnen zodanig worden bewerkt dat deze als toepasbare bouwstoffen kunnen worden toegepast.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.4
Gegevens en bescheiden tijdens en na afloop toepassing
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Uithoorn