**1.** De WIJ-norm wordt verlaagd met een percentage van die norm en met een minimum van 5% oplopend tot maximaal 75%. Per verwijtbare gedraging bedraagt de afstand (bandbreedte) tussen minimum- en maximumverlaging 25%.
**2.** De WIJ-norm wordt niet verlaagd als:
de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten,
door het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen een eerder toegekende inkomensverstrekking is of wordt opgeschort, herzien of ingetrokken, omdat het recht daarop niet (langer) kan worden vastgesteld of
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen niet heeft geleid tot een ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende inkomensvoorziening.
**3.** De WIJ-norm wordt verlaagd voor de duur van een maand, tenzij sprake is van:
samenloop van het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen, waarbij de hoogte en duur van de maatregel wordt vastgesteld op het zwaarst verwijtbare gedrag;
recidive (het binnen 12 maanden opnieuw niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen), waarbij de duur van de maatregel wordt verdubbeld;
verwijtbaar gedrag waarvoor in deze verordening een afwijkende duur is vastgesteld.
**4.** De maatregel gaat in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het besluit bekend is gemaakt, maar niet als het betreft:
een besluit op een aanvraag of
het niet of onvoldoende nakomen van de informatieverplichting en de jongere redelijkerwijs kon begrijpen dat hij ten onrechte of tot een te hoog bedrag een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontving.In dit situatie onder a en b genoemd, werkt de maatregel terug tot en met de datum van aanvraag dan wel de dag waarop het verzuim betrekking heeft.
**5.** 1.Het besluit waarbij de maatregel wordt opgelegd vermeldt in ieder geval de reden, duur en hoogte van de verlaging en de redenen om af te wijken van de minimumverlaging binnen de gestelde bandbreedte.
**6.** Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, maar niet als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet,
de jongere zijn zienswijze al eerder kenbaar heeft gemaakt en er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden,
binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de inlichtingenverplichting of
het horen niet nodig is voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.