Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.4

Toezicht

Onderdeel van Beleidsplan Toezicht en Naleving Wmo en Jeugdwet 2024-2027

Het toezicht sluit aan op ‘Stap 3: Controleren’ uit de cirkel. Daarbij is toezicht duidelijk geen doel op zichzelf. Het is een middel om de volgende beleidsdoelen te bereiken die af te leiden zijn van de Wmo en de Jeugdwet. Het toezicht heeft als doel: - het bevorderen van de zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners; - het verhogen van de participatie van inwoners; - het financieel beheersbaar maken/houden van de zorg. Soort toezicht en wijze waarop dit is belegd Onderscheid dient te worden gemaakt tussen a. Calamiteitentoezicht (minimum vorm van kwaliteitstoezicht): belegd bij de GGD; b. Kwaliteitstoezicht: toezicht op kwaliteit van voorzieningen (nog in te richten voor Wmo, voor de Jeugdwet is dit belegd bij de IGJ); c. Rechtmatigheidstoezicht (nog in te richten). Ad a. calamiteitentoezicht: In artikel 3.4 van de Wmo 2015 is bepaald dat aanbieders gevallen van calamiteiten (zaken die ernstig misgaan in de ondersteuning door aanbieders) en geweld in de ondersteuning (hierbij gaat het zowel om geweld van de kant van beroepskrachten als, in bepaalde gevallen, om geweld tussen cliënten) bij de gemeentelijke toezichthouder moeten melden. In de maatschappelijke ondersteuning moet immers de veiligheid van de cliënten voorop staan. De meldingsverplichting moet ervoor zorgen dat de toezichthouder op de hoogte is van ernstige incidenten en situaties die door hem mogelijk moeten worden onderzocht of ingrijpen vereisen. De toezichthouder kan zelf onderzoek verrichten en bezien hoe de handhaving verder moet worden ingericht om doelgericht tot verbetering te komen. Artikel 3.4 geldt voor alle aanbieders en dus ook voor degenen die een woningaanpassing uitvoeren en voor leveranciers van hulpmiddelen, omdat zich ook daarbij calamiteiten kunnen voordoen. Bij calamiteitentoezicht gaat het om reactief toezicht naar aanleiding van een melding van een calamiteit van een zorgaanbieder. Zorgaanbieders zijn verplicht bij een calamiteit een melding te doen bij de GGD Zeeland. Dit toezicht is reactief aangezien de GGD optreedt na melding van een calamiteit. De Zeeuwse gemeenten hebben gezamenlijk het calamiteitentoezicht belegd bij GGD Zeeland. De huidige inrichting van het calamiteitentoezicht is zeer beperkt. Dit toezicht staat los van het – bredere- kwaliteitstoezicht, zie onder b. Ad b: Toezicht op kwaliteit In artikel 2.1.1 van de Wmo 2015 is bepaald dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het stellen van regels rondom de kwaliteit van de voorzieningen in de maatschappelijke ondersteuning. In hoofdstuk 3 van de wet Wmo 2015 zijn enkele landelijke kwaliteitseisen gesteld, waaraan aanbieders in elk geval moeten voldoen. Eén van de taken van de toezichthouder is het bewaken of deze landelijke en mogelijk aanvullende lokale kwaliteitseisen (in beleidsregels, verordening, nadere regels of overeenkomsten) worden nageleefd. De kwaliteitseisen die in de wet gesteld zijn, zijn geformuleerd als een open norm. Dit maakt toezicht en handhaving complex. Die open norm is in de gemeentelijke beleidsregels, verordening en overeenkomsten met aanbieders al dan niet geconcretiseerd. Bij overeenkomsten waar gestuurd wordt op te behalen effecten en resultaten is deze concretisering mogelijk minder aanwezig. Concretisering kan bijvoorbeeld gaan om het minimale opleidingsniveau van hulpverleners, hun functieomschrijving, het gebruik van kwaliteitszorgsystemen, toepassen van instrumenten zoals de zelfredzaamheidsmatrix en het gebruik van inspraak- en klachtenregelingen. De toezichthouder toetst of de zorg die op grond van de Wmo wordt verstrekt voldoet aan kwaliteitseisen. Het kwaliteitstoezicht voor jeugdhulp is volgens de Jeugdwet belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Bij het Zeeuws breed inrichten van het toezicht betreft het dus alleen kwaliteitstoezicht Wmo. Ad c. Toezicht op rechtmatigheid De toezichthouder ziet erop toe dat de zorgaanbieders rechtmatig handelen. We maken onderscheid tussen formele- en materiële rechtmatigheid. Formele rechtmatigheid houdt in dat betalingen die plaatsvinden rechtmatig moeten zijn en dat de zorgaanbieders de zorg volgens afspraak leveren. Materiële rechtmatigheid houdt in dat de zorgaanbieders de gedeclareerde prestaties daadwerkelijk hebben geleverd aan de inwoners. Het toezicht op rechtmatigheid en op kwaliteit kunnen elkaar nauw raken. Denk aan zorg die door te laag gekwalificeerd personeel wordt geleverd. Dan is er zowel sprake van onrechtmatige zorg als zorg die mogelijk niet van voldoende kwaliteit is. Voor het houden van toezicht gaat het om foutieve declaraties, oneigenlijk gebruik, misbruik en fraude. We sluiten hierbij aan op het begrippenkader dat wordt gebruikt voor de rechtmatigheidsverantwoording die het college bij aanbieding van de jaarstukken aan de raad moet overleggen (zie hiervoor onder juridisch kader en wetsontwikkeling). Toezichtverplichtingen Wmo 2015 De toezichthouder moet op grond van de Wmo 2015 toezicht houden op dat wat – op grond van artikel 2.1.3 lid 4 van de Wmo 2015- in de verordening is opgenomen met betrekking tot het bestrijden van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Plichten en bevoegdheden toezichthouder De toezichthoudend ambtenaar Wmo 2015 is een toezichthouder als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Abw). Dat betekent dat de plichten en bevoegdheden van de toezichthouder in de Awb limitatief zijn vastgelegd. Het gaat hierbij om de volgende (algemene) plichten: legitimatieplicht (artikel 5:12) - verplichting het evenredigheidsbeginsel in acht te nemen (artikel 5:13) Daarnaast gaat het om de volgende bevoegdheden: bevoegdheid tot het betreden van plaatsen met uitzondering van een woning als de bewoner daarvoor geen toestemming heeft gegeven, en zo nodig de sterke arm daarbij in te zetten (artikel 5:15); - bevoegdheid inlichtingen (artikel 5:16) en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden (artikel 5:17) te vorderen; - bevoegdheid zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen (artikel 5:18). Verder is iedereen verplicht aan een toezichthouder binnen een gestelde termijn alle medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden (artikel 5:20), zij het dat daarbij een beroep kan worden gedaan op een beroepsgeheim. Inzage in dossiers De toezichthoudend ambtenaar Wmo 2015 is op grond van artikel 5.1.5 Wmo 2015 en in afwijking van artikel 5:20 Awb bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens (zoals inzage van dossiers), voor zover dat noodzakelijk is voor de vervulling van zijn taak (art. 6.1 lid 2 Wmo 2015). Het gaat hier om dossiers zoals die met betrekking tot cliënten worden opgesteld door aanbieders die ondersteuning leveren. De toezichthouder zal een voornemen tot inzage moeten toetsen aan het noodzakelijkheidsvereiste en het proportionaliteitsvereiste (zie hoofdstuk 3.3.). Verwerking en verstrekking persoonsgegevens De toezichthoudend ambtenaar Wmo 2015 is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid (van de cliënt, alsmede persoonsgegevens en andere bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, betreffende personen die betrokken bij calamiteiten, geweld bij de verstrekking van een voorziening, huiselijk geweld of kindermishandeling, voor zover deze zijn verkregen bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in artikel 4.3.1, 6.1 of 6.2 Wmo 2015, en noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van het toezicht of het nemen van maatregelen ter handhaving van wettelijke voorschriften. De toezichthoudend ambtenaar past hierbij het proportionaliteitsvereiste toe. Verschil tussen toezichthouders en contractmanagers Toezichthouders hebben andere bevoegdheden dan contractmanagers. Toezichthouders moeten officieel aangewezen worden en hebben op basis van deze aanwijzing bepaalde onderzoekmatige bevoegdheid . Contractmanagers hebben deze specifieke aanwijzing niet en dus ook niet de bijbehorende bevoegdheden. Beide partijen moeten uiteraard wel nauw samenwerken en kunnen elkaar in het dagelijks handelen goed versterken. Voor het effectief uitoefenen van toezicht is goed contractmanagement en databeheer en monitoring een voorwaarde. De kwartiermaker/coördinator heeft als opdracht om het proces hiervan uit te werken in het plan van aanpak. Zie hiervoor ook bijlage 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel