Naar hoofdinhoud
De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventueel andere belanghebbenden en verweerder ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging genoemd in het eerste lid kunnen de bezwaarmaker, eventueel andere belanghebbenden of verweerder, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk drie werkdagen voor het tijdstip van de zitting aan de bezwaarmaker, eventueel andere belanghebbenden en verweerder meegedeeld. De voorzitter van de betreffende commissie is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Rechtspraak bij dit artikel