**1..** Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar zorg in natura niet passend is en hij daarom de jeugdhulp zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dan toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 8.1.1 lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. Een pgb wordt verstrekt indien:
de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; en
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.
**2..** Het college beoordeelt of de jeugdige of zijn ouder(s) -eventueel met behulp van zijn pgb-beheerder- in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een pgb verbonden voorwaarden aan de hand van de 10 punten pgb-vaardigheid. Het college toetst of de jeugdige of zijn ouder(s):
een goed overzicht heeft van de situatie;
weet welke regels horen bij een pgb;
een overzichtelijke pgb-administratie kan bijhouden;
zelf de communicatie met de gemeente, de zorgverzekeraar of zorgkantoor, de Sociale verzekeringsbank (Svb) en zorgverleners kan doen;
zelfstandig kan handelen en zelf zorgverleners kan kiezen;
zelf afspraken kan maken en deze afspraken bij kan houden en zich hieraan kan houden;
passende zorg kan kiezen en kan beoordelen of de zorg van goede kwaliteit is;
de zorg zelf kan regelen met 1 of meerdere zorgverleners;
kan fungeren als werkgever of opdrachtgever voor de zorgverlener.
**3..** Het college beoordeelt of de jeugdige of zijn ouder(s) zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zorg in natura niet passend is. Het is aan de jeugdige of zijn ouders om aan te tonen waarom de zorg in natura aanbieder niet passend is.
**4..** Het college beoordeelt of een voorziening van goede kwaliteit –en dus veilig, doeltreffend en cliëntgericht- is aan de hand van:
het toetsingskader opleidingen, zoals vermeld op www.zorgregiomijov.nl ;
een verklaring omtrent het gedrag (VOG);
het budgetplan.
**5..** In het budgetplan is in elk geval opgenomen:
welke voorziening de jeugdige of zijn ouder(s) met het pgb zou willen inkopen en bij welke aanbieder;
welke doelafspraken jeugdige of zijn ouder(s) en de pgb-aanbieder maken en hoe zij deze gaan bereiken;
binnen welk tijdsbestek deze doelen moeten worden behaald en hoeveel uur daarvoor nodig is;
binnen welk tijdsbestek kan worden afgeschaald naar minder uren en/of lichtere jeugdhulpinzet;
wanneer de jeugdhulp geëvalueerd wordt;
de inzet en afstemming met algemene en andere voorzieningen of andere vormen van geboden hulp;
de naam van de eerst verantwoordelijke zorgverlener en de vervanger bij afwezigheid van de eerst verantwoordelijke zorgverlener.
de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief.
**6..** Het pgb mag niet worden besteed aan:
kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;
kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering;
andere kosten dan het leveren van de ondersteuning.
**7..** Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
**8..** Het college kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de jeugdige of zijn ouder(s) het pgb in die periode ten onrechte (kunnen) inzetten. Het college stelt de pgb-houder hiervan schriftelijk op de hoogte.
Artikel 23.
Algemene criteria persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2024 gemeente Hattem