**7.1.** In 2023 zal de gemeente Leiden conform het verdeelmodel, dat door adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de gemeenten in Holland Rijnland is gemaakt, de budgetten BW en MO, VZ en OGGZ maandelijks na aftrek van de regionale kosten voor specialistische zorg en de kosten van regionaal team overmaken naar de gemeenten in Holland Rijnland.
**7.2.** Vanaf (waarschijnlijk) 2025 wordt de maatschappelijke zorg landelijk gedecentraliseerd. Vanaf dat moment ontvangen de gemeenten in Holland Rijnland middelen vanuit het Rijk (toenemend objectief budget) en middelen via de gemeente Leiden (afnemend historische budget) conform het verdeelmodel van AEF de budgetten BW en MO, VZ en OGGZ. In 2032 ontvangen alle gemeenten hun volledige budget op basis van het objectieve verdeelmodel. Dit bedrag wordt direct door het rijk aan de gemeenten uitgekeerd.
**7.3.** Op enig moment tussen 2023 en 2032 is er een overgangsfase wat betreft de bijdrage aan de kosten voor de specialistische zorg en het regionaal team. Doordat het historisch budget afneemt wat gemeente Leiden ontvangt, zijn de middelen op enig moment ontoereikend om te voorzien in de kosten van de specialistische zorg en het regionaal team. De gemeenten van Holland Rijnland dragen bij aan de specialistische zorg vanuit het objectieve budget aan het regionale team, volgens het verdeelmodel van AEF.
**7.4.** Het financieel kader wordt gevormd door de te ontvangen budgetten, beschreven onder de artikelen 7.1, 7.2 en 7.3. In het beleidskader ‘Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2017-2025’ is het financieel kader opgenomen als beleidsuitgangspunt.
** 7.5 .** Er wordt gewerkt met een financiële solidariteit die zo eenvoudig en eenduidig mogelijk is:
Iedere gemeente ontvangt middelen voor Maatschappelijke zorg en ‘oormerkt’ deze middelen voor maatschappelijke zorg de aankomende 10 jaar, in verband met het landelijk ingroeipad en de transformatie opgave.
De budgetten die gemeenten ontvangen voor Maatschappelijke zorg inclusief de eigen bijdrage die de gemeenten ontvangen worden bij elkaar gelegd ter dekking voor:
Kosten BW op basis van zorg in natura
Kosten BW op basis van een Pgb
Kosten MO voor outreachend werk en zorg in natura
Uitvoeringskosten voor de uitvoering van de afgesproken taken van de uitvoeringsteams
Uitvoeringskosten van de regisseur.
Innovatie/uitbreiding BW + MO als dat nodig is in welke vorm dan ook, om de wachtlijst te verlagen, te betalen uit de bestemde reserve.
Reservevorming, zoals nadere uitleg bij artikel 7.5 e.
Iedere gemeente draagt bij naar rato van de inkomsten van het deel MO om de verslavings- zorg en preventie en bemoeizorg te bekostigen. Het gaat om zorg die door een aantal partijen in alle vijf de gemeenten wordt uitgevoerd. De ambtelijke en eventueel bestuurlijke gesprekken met de partijen worden gezamenlijke gevoerd.
Elk jaar is er een bedrag voor lokale initiatieven die bijdragen aan een goedlopende zorg en veiligheidsketen, gelijke preventie van dakloosheid, voorkomen van instroom in BW en MO en/ of bevorderen van uitstroom uit BW en MO. De lokale initiatieven kunnen bestaande en nieuwe initiatieven zijn. Om de lokale initiatieven te bekostigen wordt de eerste twee jaar een gedeelte van de resterende middelen van het investeringsfonds gebruikt. Gezien een aantal bestaande initiatieven komen we uit op een bedrag van €600.000 die verdeeld wordt volgens het AEF verdeelmodel over de deelnemende gemeenten.
Bij aanvang van een project/pilot worden er monitorafspraken gemaakt met de partij die gaat uitvoeren.
Andere gemeenten worden geïnformeerd over het effect van het lokale initiatief, zodat afgewogen kan worden of het betreffende initiatief effectief kan zijn in de eigen gemeente.
Bij niet benutten van de middelen, wordt dit meegenomen bij de totale afrekening van het afgelopen jaar.
Een eventueel overschot van de middelen, uiterlijk bij de jaarrekening, wordt toegevoegd aan de te vormen bestemde reserves Maatschappelijke zorg van iedere deelnemende gemeente.
De middelen die resteren uit het regionale investeringsfonds maken vanaf 2023 integraal onderdeel uit van de subregionale reserve. Besluitvorming over de inzet van middelen uit het investeringsfonds vindt op dezelfde wijze plaats als inzet van de overige middelen uit de reserve.
De toerekening van de diverse saldi (betreffende de kosten van zorg, subsidies, uitvoeringsorganisatie en lokale initiatieven) wordt jaarlijks zodanig vormgegeven dat de verdeling van de totale subregionale reserve over de verschillende gemeenten aansluit bij het aandeel van de gemeenten in het totaal beschikbare budget.
Besluitvorming over inzet van de reserve (anders dan dekking van onverwachte kosten van BW of MO zorg) vindt bij begroting plaats.
Het voorstel tot inzet van de reserve wordt binnen de sub-regio afgestemd.
Vanwege de overeengekomen sub-regionale financiële solidariteit dient een besluit tot inzet van de reserve unaniem genomen te worden.
Aan het eind van het jaar worden alle gemaakte kosten bij elkaar opgeteld (BW en MO zorgkosten, uitvoering, subsidies, kosten van lokale initiatieven) bij elkaar opgeteld. Tevens worden de totale opbrengsten (overdrachten uit Leiden, eigen rijksbijdragen van de deelnemende gemeenten, eigen bijdragen van cliënten) en eventuele onttrekkingen aan de reserves bij elkaar opgeteld. Op basis hiervan wordt het subregionale saldo bepaald. Op basis daarvan wordt bepaald wat de stand van de totale subregionale reserve is. Het aandeel van iedere gemeenten in de totale reserve wordt vervolgens bepaald op basis van het aandeel in de beschikbare middelen (overdracht uit Leiden, eigen rijksbijdrage en eigen bijdragen van cliënten) in het betreffende jaar. Door onderlinge verrekening van het budget wordt gerealiseerd dat iedere gemeente hun aandeel in de subregionale reserve beschikbaar heeft.
Benodigde beleidsmedewerkers worden uit eigen formatie ingezet.
** 7.6 .** Binnen het financieel kader stellen de deelnemende gemeenten jaarlijks een werkbegroting, ter voorbereiding op de gemeentelijke kadernota/ begroting waarin de volgende onderdelen zijn te onderscheiden:
Kosten: genoemd onder 7.5 c.
Opbrengsten: Eigen bijdragen van inwoners die Beschermd Wonen, via het CAK.
Inzet beschikbaar bedrag uit het investeringsfonds
Aandeel van de deelnemende gemeenten; ontvangen historische en objectief budget
Artikel 7
Financiën
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Zonder Meer Maatschappelijke Zorg Duin- en Bollenstreek