Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.3

Criminele uitbuiting

Onderdeel van Beleidsnota Mensenhandel De Bilt

Criminele uitbuiting vindt plaats wanneer iemand gedwongen wordt om criminele handelingen te verrichten, dus arbeid of diensten die strafbaar zijn. Voorbeelden zijn het gedwongen knippen van hennep, smokkelen van drugs, gedwongen zakkenrollen en het plegen van diefstallen. Het verkregen voordeel gaat niet naar degene die de criminele handeling heeft verricht, maar naar de uitbuiter. Bij criminele uitbuiting is het slachtoffer tegelijkertijd dader, terwijl ze veelal alleen als dader worden gezien. Bij deze vorm van mensenhandel is het non-punishment beginsel van belang: slachtoffers van deze vorm van mensenhandel worden niet vervolgd of bestraft vanwege hun gedwongen betrokkenheid bij de criminele handelingen die zij hebben begaan vanuit hun slachtofferpositie. Van de in 2020 bij CoMensha bekende slachtoffers van mensenhandel (984 personen) was 16% (154 personen) slachtoffer van criminele uitbuiting (bron: Slachtoffermonitor mensenhandel 2016–2020 van de Nationaal Rapporteur mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen). Een klein klusje Een minderjarige jongen met een licht verstandelijke beperking woont in een instelling voor beschermd wonen. Hij wordt benaderd door wat oude bekenden uit zijn wijk. Ze vragen of hij een pakketje - met drugs - weg wil brengen. Na dit eerste ‘klusje’ volgen er meer. Stoppen is geen optie. De jongens bedreigen hem en zijn zusje. Deze jongen voert nu onder dwang criminele activiteiten uit en is daardoor slachtoffer van mensenhandel. Bron: Kompas mensenhandel VNG

Rechtspraak bij dit artikel