**1.** Aan uitkeringsgerechtigden die een participatieplaats hebben aanvaard zoals bedoeld in artikel 11, kan een premie ter hoogte van telkens maximaal vijftig procent van de kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, van de WWB, worden toegekend.
**2.** Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld en de hoogte is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande zes maanden en bedraagt:a. bij een gemiddelde ureninzet van 8 tot 16 uur per week, 25 procent van in het eerste lid genoemde bedrag;b. bij een gemiddelde ureninzet van 16 tot 24 uur per week 50 procent van in het eerste lid genoemde bedrag;c. bij een gemiddelde ureninzet van 24 tot 32 uur per week 75 procent van in het eerste lid genoemde bedrag;d. bij een gemiddelde ureninzet van 32 uur of meer 100 procent van in het eerste lid genoemde bedrag.
**3.** De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de uitkeringsgerechtigde de verplichtingen verbonden aan de participatieplaats in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Premie participatieplaats
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2010