**1.** Aan uitkeringsgerechtigden, Anw-ers of niet-uitkeringsgerechtigden, die activiteiten in het kader van sociale activering verrichten zoals bedoeld in artikel 14, kan een premie ter hoogte van telkens maximaal de kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, van de WWB, worden toegekend.
**2.** Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elk jaar beoordeeld en de hoogte is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in het voorafgaande jaar en bedraagt, onder aftrek van een elders verkregen vergoeding:a. bij een gemiddelde ureninzet van 8 tot 16 uur per week, 25 procent van in het eerste lid genoemde bedrag;b. bij een gemiddelde ureninzet van 16 tot 24 uur per week 50 procent van in het eerste lid genoemde bedrag;c. bij een gemiddelde ureninzet van 24 tot 32 uur per week 75 procent van in het eerste lid genoemde bedrag;d. bij een gemiddelde ureninzet van 32 uur of meer 100 procent van in het eerste lid genoemde bedrag.
**3.** De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de verplichtingen verbonden aan de activiteiten in het kader van sociale activering in de voorafgaande twaalf maanden heeft geschonden.
Hoofdstuk 5
Artikel 15
Premie sociale activering
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2010