Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3.

Artikel 3.3.1.

Gemeentelijke visie

Onderdeel van Notitie huisvesting (pré)mantelzorg gemeente Etten-Leur

Het provinciaal standpunt dat er sprake moet zijn van een zorgindicatie (of concrete voorzienbaarheid daarvan) en daarmee van een (ruimtelijke) noodzaak, wordt onderschreven. In het verlengde van het provinciaal ruimtelijk beleid is het ook gemeentelijk beleid om terughoudend te zijn met nieuwe woonfuncties in het buitengebied. Het in zijn algemeenheid toestaan van pré-mantelzorgwoningen zonder dat er (al) sprake is van een noodzaak, zou ook een flinke ruimtelijke impact kunnen hebben, niet alleen in het buitengebied, maar ook in het dichter bebouwde stedelijk gebied. Vanuit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de gemeente dan ook geen voorstander van leeftijdsgebonden pré-mantelzorgwoningen zonder dat er sprake is van een zorgindicatie. Dan zou alleen een bepaalde leeftijd leidend zijn. Dat is niet de goede richting waarin we een oplossing moeten zoeken. Met andere woorden, om in de bewoordingen van de voorgestelde motie te blijven, het moet niet wenselijk worden geacht om het realiseren van een pré-mantelzorgwoning boven een nader te bepalen leeftijd mogelijk te maken zonder dat daaraan een advies van een deskundige adviesinstantie ten grondslag ligt. Het belang van mantelzorg en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, waaronder mantelzorgwoningen, wordt echter zondermeer onderschreven. Daarom is het voorstel om de oplossingsrichting te zoeken en in te zetten op een soepelere indicatiestelling, waarbij ook een duidelijk voorzienbare en/of toenemende zorgbehoefte in de beoordeling wordt meegenomen. Dit sluit ook goed aan op hetgeen vanuit de gemeenteraad gevraagd werd in de voorgestelde motie, namelijk om in ieder geval mogelijkheden te bieden voor: situaties waarin mantelzorg in de nabije toekomst voorzienbaar is; het tijdig kunnen realiseren van een mantelzorgwoning bij een progressief ziektebeeld.

Rechtspraak bij dit artikel