Daar waar vroeger het groenonderhoud cyclisch georganiseerd was en er werd gewerkt met vaste onderhoudsronden, vindt in de praktijk al enkele jaren een verschuiving plaats naar onderhoud op basis van beeldkwaliteit. Dit laatste betekent dat onderhoud wordt gepleegd waar de beeldkwaliteit onder de vastgestelde norm dreigt te zakken.
In het vorige beleids- en beheerplan is een verdieping van het beeldgericht werken geïntroduceerd. De gewenste beeldkwaliteit is eenduidig omschreven. Aangegeven is welke kwaliteit waar behaald moet worden. Dit bepaalt welke inspanningen nodig zijn en biedt duidelijkheid aan zowel medewerkers als burgers. Het geeft de mogelijkheid om transparant te zijn tegenover de burger over welke kwaliteit van beheer verwacht mag worden.
Om te controleren of aan de gewenste beeldkwaliteit voldaan wordt, is het noodzakelijk om enkele malen per jaar op willekeurige plekken in de gemeente de beeldkwaliteit te meten. Daar waar de kwaliteit onder de norm dreigt te raken wordt bijgestuurd.
Onderscheid wordt gemaakt in vijf kwaliteitsniveaus (zie Tabel 3-1). Van deze vijf kwaliteitsniveaus worden A, B en C door beheerders gebruikt. Kwaliteitsniveaus A+ en D gelden als boven- en ondergrens.
Tabel 3-1 Overzicht kwaliteitsniveaus
Kwaliteitsniveau
Omschrijving
Indicatie kwaliteit
A+
Zeer hoog
Nagenoeg ongeschonden
A
Hoog
Mooi en comfortabel
B
Basis
Functioneel
C
Laag
Onrustig beeld
D
Zeer laag
Functieverlies, sociale onveiligheid
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Beheer en onderhoud
Onderdeel van Groenbeleids- en beheerplan 2024-2033