**1.** Na de opening van de vergadering en vóór de behandeling van het
agendapunt “Ingekomen stukken en mededelingen” wordt bij het
agendapunt “Spreekrecht voor het publiek” de gelegenheid voor
het publiek geboden om gedurende maximaal 15 minuten het woord
te voeren over geagendeerde onderwerpen.
**2.** Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
bezwaar of beroep op de rechter open staat of heeft
opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
van personen;
indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de
Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
ingediend;
over het agendapunt “ingekomen stukken”.
**3.** Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de
griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil
voeren.
**4.** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
voorzitter kan van voornoemde volgorde afwijken, indien dit in
het belang is van de orde van de vergadering.
**5.** Elke spreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De
voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
er meer dan vijf sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
spreektijd.
**6.** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel
voor de behandeling van de inbreng van degene, die van het
spreekrecht gebruik maakt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 20
Spreekrecht publiek
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen van de raad van de gemeente Hilvarenbeek