Naar hoofdinhoud
1.1. De ontheffing wordt ingetrokken indien: de ontheffinghouder daartoe verzoekt (verwerking vindt plaats binnen 2 weken); ter verkrijging van de ontheffing bewust onjuiste gegevens zijn ingediend; de motivering, op grond waarvan de ontheffing is verstrekt, is vervallen of gewijzigd; de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet worden nagekomen; het voertuig waar de ontheffing voor is verleend wordt verkocht; bij herhaling sprake is van misbruik of een ander gebruik van de ontheffing, dan waarvoor deze is bedoeld of; de ontheffing valselijk is opgemaakt of vervalst is met het oogmerk om deze echt en onvervalst te (laten) gebruiken. 1.2. Bij intrekken of vroegtijdig beëindigen van de ontheffing is er geen restitutie mogelijk. 2.. De ontheffing vervalt: bij overlijden van de ontheffinghouder; bij verhuizing van de ontheffinghouder; wanneer de verkeersmaatregel, waarvoor de ontheffing is verleend, wordt ingetrokken. 3.. Een ontheffing wordt niet eerder onbruikbaar dan nadat de bezwaartermijn na een besluit tot intrekking als bedoeld in het eerste lid is afgelopen. 4.. Indien er sprake is van misbruik van de ontheffing conform lid 1 onder f, waarbij de ontheffing door het college is ingetrokken, wordt gedurende de lopende periode waarvoor de ontheffing is verleend geen nieuwe ontheffing verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel