Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Overige voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregel Buurtbudget

1.. Indien de activiteit een aanvraag betreft conform artikel 4, lid 6 onder d, gelden de volgende (aanvullende) bepalingen: de grond blijft eigendom van de gemeente er is aantoonbaar draagvlak in de buurt voor het plan. Voordat groen wordt aangelegd in de openbare ruimte, is er altijd overleg met de gemeente en moeten bewoners die het groen adopteren de omliggende buurt inlichten over de plannen; de initiatiefnemer legt zelf of onder begeleiding van een hovenier het groen aan en zorgt ook gezamenlijk voor het onderhoud. De keuze van beplanting is aan de initiatiefnemer. Hiervoor kan eventueel advies ingewonnen worden bij bijvoorbeeld de hovenier of Spaarnelanden; bij het omvormen van een verharde locatie in de openbare ruimte naar groen dient er rekening mee gehouden te worden dat er voldoende vrije doorloopruimte overblijft (minimaal 1.50 meter); het aanbrengen van materialen, verhardingen, opstallen, hekwerken of andere vormen van afscheidingen en bijvoorbeeld het plaatsen van speeltoestellen is niet toegestaan; indien het groen niet goed wordt onderhouden heeft de gemeente het recht de overeenkomst te beëindigen en het plant vak naar eigen inzicht opnieuw in te richten; de overeenkomst kan door de gemeente of initiatiefnemer zonder opgaaf van reden worden opgezegd. Indien de initiatiefnemer gaat verhuizen dient dit aan de gemeente worden doorgegeven. Andere (nieuwe) bewoners kunnen de overeenkomst overnemen of de gemeente neemt het groenonderhoud terug. 2.. Als verschil van mening ontstaat over de uitvoering van deze beleidsregel vindt overleg plaats tussen de betrokken partijen. Leidt dit overleg niet tot een oplossing dan beslist de gebiedsmanager Zandvoort namens het College van B&W, nadat hij of zij de betrokken partijen heeft gehoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel