Het college trekt de vergunning in:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 15 binnen twee maanden een aanvraag tot overschrijving is ingediend.
Het college kan de vergunning voor een bepaalde tijd schorsen of intrekken als:
de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat, zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;
van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt;
de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet;
de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd; of
als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet.
Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het tweede lid, kan het college besluiten dat de vaste standplaats tijdelijk vervalt.
Indien de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats zonder opgave van redenen bij de marktmeester bij aanvang van de markt niet heeft ingenomen en volledig verkoopklaar heeft gemaakt, vervalt de vergunning voor de rest van de dag.