**1..** De subsidie voor een vaste afrastering bedraagt:
€ 570,-- per aangewezen hoefdiersoort; en,
€ 3,40 per strekkende meter met een maximum van € 680,- per rund en paardachtige en een maximum van € 114,- voor zover het een ander aangewezen hoefdier betreft.
**2..** De subsidie voor een verplaatsbare afrastering bedraagt:
€ 34,-- per dier van de aangewezen hoefdiersoort; en,
€ 4.500,-- voor een automatisch oprolsysteem voor een verplaatsbare afrastering met draden. Het aantal dieren waarvoor het systeem wordt aangeschaft moet minimaal bestaan uit een groep van 17 paardachtigen of runderen of een groep van minimaal 100 andere aangewezen hoefdieren.
**3..** Voor runderen, schapen, geiten en paardachtigen worden de te hanteren dieraantallen bepaald aan de hand van het in het Identificatie- en Registratiesysteem voor dieren gemiddeld geregistreerde aantal dieren van de betreffende hoefdierhouder over een viertal peildata. Het gemiddelde wordt naar boven afgerond op hele getallen.
**4..** Als peildata worden 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november van het jaar voorafgaand aan de datum van indienen van de aanvraag gehanteerd.
**5..** Voor varkens wordt voor de te hanteren dieraantallen uitgegaan van het aantal dieren dat is opgegeven bij de Gecombineerde opgave in het jaar voorafgaand aan de subsidie aanvraag.
**6..** Voor alpaca’s wordt voor de te hanteren dieraantallen uitgegaan van het aantal dieren dat geregistreerd staat overeenkomstig de Diergezondheidswetgeving in het jaar voorafgaand aan de subsidie aanvraag. Hierbij hoeft geen gemiddelde gehanteerd te worden.
**7..** Ontbrekende gegevens op de genoemde peildata in het Identificatie- en Registratiesysteem van dieren tellen als 0 bij het bepalen van het gemiddelde dieraantal.
**8..** De subsidie bedraagt (in totaal) maximaal € 20.000,-- per hoefdierhouder en kan niet meer bedragen dan de daadwerkelijk te maken of gemaakte kosten. Dit betreft een optelsom van alle subsidies verstrekt aan de hoefdierhouder onder deze subsidieregeling.