De reserves van een gemeente hebben verschillende functies:
bufferfunctie
egalisatiefunctie;
bestedingsfunctie;
financieringsfunctie;
Ad a. Bufferfunctie
De algemene reserve is bedoeld als buffer om bij onvoorziene omstandigheden te kunnen worden ingezet. Hierbij kan een relatie gelegd worden met de benodigde weerstandscapaciteit op basis van risico’s (dit is uitgewerkt in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement).
Ad b. Egalisatiefunctie
Reserves kunnen eveneens worden gevormd om baten en lasten over de jaren gelijkmatig te verdelen. Pieken en dalen in de exploitatie kunnen op deze manier vermeden worden.
Egalisatiereserves komen beperkt voor, in de meeste gevallen wordt hiervoor een voorziening getroffen.
Ad c. Bestedingsfunctie
Bestemmingsreserves hebben een bestedingsfunctie. Deze zijn bewust gevormd om besteed te worden aan een van tevoren bepaald doel (bijvoorbeeld ter dekking van de kapitaallasten).
Ad d. Financieringsfunctie
Reserves (in de zin van eigen vermogen) dienen als financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Zonder reserves zouden alle bezittingen (activa) gefinancierd moeten worden met vreemd vermogen (leningen).
Wanneer een reserve of voorziening wordt aangewend, vervalt daardoor de financieringsfunctie en zal (afhankelijk van de liquiditeitspositie) via de kapitaalmarkt een geldlening worden aangetrokken ter vervanging van de weggevallen financieringsmiddelen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.1
Kenmerken en functies reserves
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021