Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Beleid algemene reserve

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021

Zoals in hoofdstuk 2 reeds beschreven, hebben reserves en voorzieningen verschillende functies. Voor de algemene reserve is de belangrijkste de bufferfunctie en de financieringsfunctie. Om deze functies naar de toekomst in stand te kunnen houden zijn keuzes noodzakelijk. Bufferfunctie Om de bufferfunctie te kunnen vervullen, dient de algemene reserve van voldoende omvang te zijn om toekomstige tegenvallers op te kunnen vangen. Een algemene regel voor de bepaling van het minimale niveau van de algemene reserve is niet te geven. Een en ander hangt af van de wijze waarop de risico’s zijn afgedekt. Normen die door gemeenten worden gehanteerd, zijn bijvoorbeeld een percentage van de lasten in de begroting of een vast bedrag per inwoner. Door de toegenomen aandacht voor risicomanagement baseren gemeenten de aan te houden reserve steeds vaker de aanwezige risico’s en een berekening van de financiële gevolgen die een risico met zich meebrengt. De norm die op basis van artikel 12 Financiële Verhoudingswet wordt toegepast voor de absolute minimumpositie van de algemene reserve is de drempel voor de vrij te laten reserves (de zogenaamde artikel 12-norm). Deze drempel bedraagt 2% van de som van de uitkering uit het gemeentefonds (algemene uitkering plus integratie en decentralisatie-uitkeringen) en de OZB- capaciteit. Keuze ten aanzien van de hoogte van de bufferfunctie van de algemene reserve: De hoogte van de bufferfunctie van de algemene reserve te bepalen op basis van een vast bedrag (per inwoner); De hoogte van de bufferfunctie van de algemene reserve te bepalen op basis van een percentage van de lasten in de begroting; De hoogte van de bufferfunctie van de algemene reserve bepalen op basis van de ratio weerstandsvermogen. In de notitie Weerstandsvermogen en Risicobeheersing die door de Raad op 14 november 2019 is vastgesteld, is besloten om te kiezen voor optie c. Hierin is een ratio weerstandsvermogen aanbevolen tussen 1,0 en 1,4. Op basis van de beoordelingstabel weerstandsvermogen wordt dit gekwalificeerd als ‘voldoende’. Daarnaast wordt voorgesteld om als ondergrens voor bufferfunctie (conform nota Reserves en Voorzieningen, HIC 7 februari 2017) € 11 mln. te hanteren. Dit bedrag is gebaseerd op het risicoprofiel van Waadhoeke bij de start van de gemeente en kan worden gezien als het basisrisicoprofiel exclusief incidentele specifieke risico’s. Voorstel keuze c: De hoogte van de bufferfunctie van de algemene reserve bepalen op basis van de ratio weerstandsvermogen. Als ondergrens voor bufferfunctie € 11 mln. hanteren. Financieringsfunctie algemene reserve Naast de bufferfunctie kan de algemene reserve een financieringsfunctie vervullen voor onvoorziene uitgaven, die niet samenhangen met risico’s maar de uitvoering van een onvoorziene taak of onvoorzien project mogelijk maken. Door hiervoor een bedrag op te nemen in de algemene reserve heeft de raad de mogelijkheid in bepaalde gevallen een beroep te doen op deze reserve. Doelstelling is dat er afspraken zijn over een minimale ruimte die weer aangezuiverd moet worden wanneer het niveau van de reserve onder het vastgestelde bedrag komt. Keuze ten aanzien van de minimale hoogte van de financieringsfunctie van de algemene reserve: Geen minimale hoogte toekennen aan de financieringsfunctie van de algemene reserve; Wel een minimale hoogte aan de financieringsfunctie toekennen aan de algemene reserve op basis van een vast bedrag (ongeveer € 100 per inwoner); Wel een minimale hoogte toekennen aan de financieringsfunctie van de algemene reserve op basis van een % van de lasten in de begroting. Voor- / nadeel keuze: In de praktijk zullen er onvoorziene taken of projecten uitgevoerd moeten worden waarvoor de middelen niet per direct beschikbaar zijn in de begroting. Door de financieringsfunctie aan de algemene reserve toe te kennen wordt hierop geanticipeerd. Het voordeel van een vast bedrag is de eenvoud en stabiliteit. Nadeel is dat in een periode waarin zich veel specifieke risico’s voordoen dit een te groot beslag kan leggen op de besteedbare ruimte. Voorstel keuze b: Te streven naar een minimale hoogte van de financieringsfunctie van de algemene reserve van € 4 mln., zodanig dat de ondergrens van de bufferfunctie en de financieringsfunctie gezamenlijk minimaal € 15 mln. bedraagt. Bij een hogere benodigde bufferfunctie dan € 15 mln. kan deze financieringsfunctie komen te vervallen. Samenstelling van de Algemene Reserve: Ten aanzien van de presentatie van de reserves kan gekozen worden voor: De algemene reserve presenteren als één bedrag waarin de buffer- en financieringsfunctie verenigd zijn; De algemene reserve splitsen in een bedrag bufferreserve en een bedrag financieringsfunctie. Voorstel keuze a: Er is geen aanleiding om samenstelling van de Algemene Reserve aan te passen. Aanzuivering van de algemene reserve. Wanneer uit berekeningen in de programmabegroting blijkt dat de ratio lager is dan 1,0 moeten maatregelen genomen worden om het weerstandsvermogen binnen de meerjarenplanperiode op peil te brengen. Ditzelfde geldt wanneer de algemene reserve onder de vastgestelde ondergrens komt van € 15 mln.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel