De voorzitter zendt, spoedeisende vergaderingen uitgezonderd, tenminste tien dagen voor de vergadering de leden een schriftelijke oproep, onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van vergadering.
De voorzitter stelt de agenda voor de vergadering vast.
Tenminste tien dagen voor de dag waarop zal worden vergaderd, draagt de voorzitter zorg voor verzending van de vastgestelde agenda aan de leden. De agenda vermeldt de volgorde waarin de onderwerpen in de vergadering aan de orde zullen worden gesteld, onverminderd het bepaalde in lid 9.
De agenda vermeldt in ieder geval de onderwerpen als bedoeld in artikel 7.
De voorzitter draagt er voorts zorg voor dat voor elke vergadering de volgende punten worden geagendeerd:
Vaststelling van de agenda
Lijst ingekomen stukken
Afsprakenlijst
Mededelingen
Rondvraag
Een lid kan verzoeken een punt voor overleg met het college of de burgemeester op de agenda te doen plaatsen of daaraan toe te voegen.
De commissie besluit over het in het zesde lid bedoelde verzoek.
Indien de commissie besluit een punt op de agenda te plaatsen of daaraan toe te voegen dan wordt dat punt geplaatst op de agenda van de eerstvolgende commissievergadering, tenzij de commissie besluit dat punt eerder in behandeling te nemen. De voorzitter draagt er zorg voor dat het college of de burgemeester wordt uitgenodigd.
De commissie kan besluiten van de op de agenda aangegeven volgorde af te wijken.