De leden en de plaatsvervangende leden, zijnde raadsleden, treden af op het tijdstip, waarop zij ophouden lid van de raad te zijn.
Het lidmaatschap dan wel het plaatsvervangend lidmaatschap eindigt tevens op eigen verzoek.
Tussentijdse vacatures worden zo spoedig mogelijk vervuld met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Beëindiging van het lidmaatschap
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies