Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.2

Conclusies signalen samenhangend beleid

Onderdeel van Nota grondbeleid 2013 gemeente Lingewaard

Uit de signalen als geformuleerd in voorgaande paragraaf kan een aantal conclusies worden getrokken. Bedrijventerreinen Duidelijk is dat er nog voldoende aanbod van bedrijventerrein in Lingewaard is. Deze kan zowel voorzien in de bovenlokale vraag als in de lokale vraag. Dit aanbod kan daarin zelfs zeer ruim voorzien. Dit betekent dat wij als gemeente niet actief nieuwe bedrijventerreinen tot ontwikkeling zullen brengen de komende 4 jaar. Ook een regisserende of faciliterende rol om mogelijke particuliere initiatieven te ondersteunen past in dit kader niet. Op die manier ontstaan namelijk toch nieuwe bedrijventerreinen die gezien de huidige marktsituatie vermoedelijk lange tijd braak zullen liggen. Dit is een onwenselijke situatie en leidt tot afbreuk aan de kwaliteit van deze gebieden. Bovendien is er, als vermeld, nog een voldoende ruim aanbod in bedrijventerreinen. Dergelijke initiatieven passen dus niet in de gemeentelijke ruimtelijke visie. Woningbouw De conclusie aangaande bedrijventerreinen geldt ook voor de realisatie van woningen. Op grootschalige basis zal dit de komende vier jaar niet noodzakelijk zijn. De notitie “Lingewaardse woningbouwopgave 2010-2020” omschrijft in feite dat er reeds in de bestaande plannen voldoende aanbod is om aan de vraag te kunnen voldoen tot 2020. Het actief ontwikkelen van nieuwe grootschalige woningbouwlocaties zal dus niet gebeuren de komende vier jaar en mogelijke initiatieven daartoe zullen ook niet gefaciliteerd worden. Zij passen niet in de ruimtelijke visie en zullen leiden tot kwalitatieve achteruitgang van gebieden. Realisatie van woningbouw op kleinschalige basis op grond van het regionaal beleid voor functiewijziging in het buitengebied past in de visie van functieverandering en kan om die reden gefaciliteerd worden. Kantorenlocaties en Perifere Detailhandelsvestigingen (PDV) Tevens kan hier genoemd worden dat geen actieve inzet zal plaatsvinden op de ontwikkeling van kantorenlocaties en PDV, behoudens het noordelijk deel van de Houtakker II. De beleidsnotities die ten behoeve van deze Nota Grondbeleid bestudeerd zijn, gaan daar niet op in en dat zegt in feite al genoeg. De gemeente heeft op dit vlak geen ambities en dergelijke ontwikkelingen passen dan ook niet in de gemeentelijke visie. De behoefte aan kantorenlocaties wordt in hoofdlijnen ingevuld door de gemeenten Nijmegen en Arnhem. Herstructurering en transformatie bedrijventerreinen Eén van de gemeentelijke ambities is de herstructurering c.q. transformering van de gebieden Lingewal, Polseweg en Gendt-Bemmel. Uit de structuurvisie is te concluderen dat dergelijke ontwikkelingen voor de gemeente een budgetneutraal resultaat zullen moeten hebben. Hier past een meer regisserende rol van de gemeente Lingewaard. De gemeente zal actief proberen partijen bij elkaar te brengen en instrumenten inzetten om ontwikkelingen in dit kader mogelijk op gang te brengen. Een actieve rol in de zin van risicodragende grootschalige aankoop van bedrijven past niet meer in de huidige tijd. Dit betekent niet dat in het geheel geen aankopen kunnen plaatsvinden, maar dat zal dan gepaard moeten gaan met zekerheid tot afzet ervan. Ook het verkrijgen van subsidies kan aanleiding zijn voor een meer actieve rol. Landschap en buitengebied Het thema landschap en buitengebied is niet een thema dat in veel nota’s grondbeleid terugkomt. Voor onze gemeente verdient dit thema echter apart de aandacht. Reeds in de doelstellingen zoals die geformuleerd zijn in de structuurvisie is de ruime aandacht voor dit thema zichtbaar. Zo is in de structuurvisie geformuleerd dat Lingewaard een groene gemeente blijft, is er een apart Landschapsontwikkelingsplan en heeft de gemeente die ambities concreet verwerkt in, onder meer, de ontwikkeling van Park Lingezegen. De gemeente heeft op dit punt dus ruime ambities, passend bij het karakter van de gemeente Lingewaard. De vraag is echter of deze ambities waar gemaakt kunnen worden zonder actieve inzet van de gemeente. De verwachting kan uitgesproken worden dat op voorhand initiatieven vanuit de markt op dit vlak beperkter zullen zijn dan normaliter geldt voor de hiervoor genoemde onderdelen. De gemeente zal hier dus mogelijk moeten kiezen voor actief grondbeleid om de ambities waar te maken. Tot slot wordt opgemerkt dat het bovenstaande geldt voor de ontwikkeling van nieuwe plannen. Uiteraard gelden bovengenoemde uitgangspunten niet voor reeds in gang gezette ontwikkelingen. Voor die ontwikkelingen is in feite in het verleden al gekozen voor een bepaalde vorm van grondbeleid. Het afronden van de ontwikkeling van die gebieden heeft voor de komende jaren prioriteit. Dit is tevens zo opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie. Zie daartoe hoofdstuk 2. Tabel 3.4 Uitgangspunten gemeentelijke voorkeur type grondbeleid bij typen ontwikkelingen Voorkeursroute Geen inzet van actief, regisserend en faciliterend grondbeleid ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen Geen inzet van actief, regisserend en faciliterend grondbeleid ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe grootschalige woningbouwlocaties Geen inzet van actief, regisserend en faciliterend grondbeleid ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe kantorenlocaties en PDV Inzet van regisserend en faciliterend grondbeleid bij de herstructurering en transformatie van bedrijventerreinen Mogelijk actieve inzet bij de realisatie van landschap c.q. de ontwikkeling van het buitengebied

Rechtspraak bij dit artikel