In het grondbeleidsjargon is verwerven kopen onder drang of kopen onder dwang. In het eerste geval gaat het om kopen op initiatief van de gemeente, maar wel in onderlinge overeenstemming tussen eigenaar en gemeente. Kopen onder dwang is in het uiterste geval onteigening, gedwongen verkoop.
Verwervingsinstrumenten kunnen worden ingedeeld in meer actieve en meer passieve instrumenten. De termen passief en actief hebben hierbij overigens geen directe relatie met een keuze voor een vorm van grondbeleid. Binnen actief grondbeleid hoort bijvoorbeeld ook de inzet van bepaalde passieve instrumenten. Onderstaande tabel presenteert de indeling.
Tabel 4.2 Indeling verwervingsinstrumenten
Instrument
Passief/actief
Minnelijke verwerving
Actief
Onteigening
Actief
Voorkeursrecht
Passief
Grondbank/waterbank
Passief
Verwervingsfonds
Passief
Actieve instrumenten zijn minnelijke aankoop en onteigening. Daarmee kan de gemeente op eigen initiatief onroerende zaken in eigendom krijgen. Daarnaast bestaan er meer passieve instrumenten, juridisch instrumentarium dat wel helpt, maar waarvoor het gemeentelijk initiatief niet voldoende is om de eigendom te doen overgaan. De belangrijkste is de mogelijkheid tot het vestigen van een gemeentelijke voorkeursrecht op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Middels een voorkeursrecht is een partij op wiens eigendom een voorkeursrecht rust bij gewenste verkoop verplicht dit eigendom eerst aan de gemeente aan te bieden. De eigenaar heeft dus een aanbiedingsplicht. De gemeente heeft een recht te kopen, maar is hiertoe niet verplicht. Partijen gaan alsdan een minnelijk onderhandelingstraject aan ten aanzien van de prijs. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de prijs is de particulier pas na een rechterlijke uitspraak omtrent de prijs en een weigering van de gemeente om die prijs te betalen gerechtigd het eigendom aan anderen dan de gemeente aan te bieden. Inzet van het voorkeursrecht is toepasbaar in gebieden waarbij de gemeente zich wenst te verzekeren van een eigendomspositie, maar die positie nog niet urgent is. Overigens dient hierbij opgemerkt te worden dat het voorkeursrecht soms slechts een beperkte geldigheidsduur heeft. Wordt niet tijdig een (ontwerp) bestemmingsplan ter visie gelegd of vastgesteld, dan vervalt het voorkeursrecht en zijn eigenaren vrij om de betreffende onroerende zaken aan eenieder te verkopen.
De gebruikelijke wijze om eigendom te verwerven is de minnelijke aankoop ervan. Dit betekent dat de gemeente op basis van gelijkwaardigheid zal onderhandelen met de huidige eigenaar in de hoop tot overeenstemming te komen. Wanneer een poging hiertoe niet tot overeenstemming leidt zal, indien noodzakelijk, het onteigeningsinstrument worden ingezet. Dit zal het geval zijn als bij het vaststellen van een bestemmingsplan voor een bepaald gebied er geen uitzicht bestaat op verwervingsmogelijkheden van voor de realisatie van het plan noodzakelijke grond/vastgoed en er ook geen sprake is van een eigenaar die zelfrealisatie kan en/of wil toepassen. Bovendien zal voor de gemeente onaanvaardbare vertraging moeten ontstaan. Uitgangspunt is aldus minnelijke verwerving maar indien bijvoorbeeld de vraagprijs veel te hoog is, is onteigening, onder de daartoe opgestelde wettelijke voorwaarden, een optie. Overigens gelden bij onteigening diverse wettelijke regels die ervoor zorgen dat eigenaren in economisch opzicht afdoende gecompenseerd worden. Er dient onafhankelijk vastgesteld te worden wat de waarde is van het te onteigenen vastgoed en, indien er sprake is van schade door de onteigening, dient ook deze vergoed te worden. Is de verkrijging van een bepaalde onroerende zaak zeer gewenst, dan zullen wij gelijktijdig met de minnelijke onderhandelingen de procedure voor onteigening in gang zetten. Wordt deze procedure pas in gang gezet nadat duidelijk is dat niet tot minnelijke overeenstemming gekomen zal worden, is reeds veel tijd verloren gegaan. Ten behoeve van de realisatie van Park Lingezegen kan bijvoorbeeld van dit instrument gebruik worden gemaakt.
Ook het toepassen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) kan soms noodzakelijk of nuttig zijn. Het wel of niet toepassen ervan vindt afgewogen plaats. Zo is reeds vermeld dat de ontwikkeling van grootschalige uitleggebieden binnen de gemeente Lingewaard niet aan de orde is. Het zal veelal gaan om kleinschalige initiatieven bijvoorbeeld op basis van het regionaal beleid voor functiewijziging. Inzet van de Wvg heeft in die gevallen geen meerwaarde en is dan ook geen wens van de gemeente. In gevallen waarin partijen zelf in staat en bereid zijn de ontwikkeling zoals die de gemeente voor ogen staat te realiseren biedt de inzet van het voorkeursrecht dus geen meerwaarde.
In algemene zin geldt dat de gemeente, indien nodig, gebruik zal maken van de instrumenten op minnelijke basis grond te verwerven, gebruik te maken van de Wvg indien dit nuttig kan zijn en indien dit noodzakelijk is over zal gaan tot onteigening. Ook het collegeakkoord zoals dat op moment van schrijven van deze Nota Grondbeleid geldt (Collegeprogramma 2012-2014) formuleert het toepassen van de Wvg en Ow indien dit noodzakelijk is. Nogmaals wordt hier vermeld dat inzet van deze instrumenten naar verwachting de komende jaren relatief weinig zal worden toegepast. Een voorbeeld waarbij onteigening mogelijk aan de orde kan zijn, is genoemd in de programmabegroting 2013. Voor de ontsluiting van Houtakker II op de Van Elkweg zijn nog enkele gronden nodig. De programmabegroting omschrijft dat getracht wordt deze gronden minnelijk te verwerven maar dat een onteigeningsprocedure in gang wordt gezet indien dit noodzakelijk blijkt te zijn. Ook kan dit noodzakelijk zijn bij het waarmaken van onze ambities op het vlak van landschapsontwikkeling.
Naar aanleiding van het voorgaande presenteert onderstaande tabel de gemeentelijke uitgangspunten indien een eigendomspositie in een bepaald gebied noodzakelijk is.
Tabel 4.3 Uitgangspunten verwerving
Uitgangspunten
Indien de gemeente gronden wenst te verwerven is het uitgangspunt minnelijke verwerving
Inzet van Wvg indien nodig en nuttig
Inzet onteigening indien noodzakelijk
Onderstaand stroomschema presenteert de relatie tussen de verschillende besproken instrumenten. De start ligt bij een situatie dat verwerving gewenst is. In het voorgaande hoofdstuk is toegelicht dat dan sprake is van een actief grondbeleid hetgeen relatief weinig zal voorkomen in onze gemeente.
Figuur 4.1 Stroomschema inzet verwervingsinstrumenten
Tabel 4.2 noemt naast de instrumenten minnelijke verwerving, het vestigen van voorkeursrechten en de mogelijkheid te onteigenen ook de mogelijkheid een grondbank in te stellen. In feite is dit een hoeveelheid grond waaraan nog geen specifiek doel is gekoppeld. De grond kan worden ingezet als ruilgrond om ontwikkelingen op gang te brengen. Eigenaren in een bepaald gebied kan dan bijvoorbeeld een stuk grond uit de grondbank worden aangeboden waar zij zich kunnen vestigen. De gemeente kan op die manier een extra stimulans bieden in de wens die eigenaar te verplaatsen. Het hebben van een grondbank brengt uiteraard ook een risico mee indien de gronden lange tijd niet ingezet kunnen worden. In dat geval zullen de rentelasten toenemen. Op het moment van schrijven van deze Nota Grondbeleid bezitten wij als gemeente een oppervlak van 38,7 ha grond welke kan worden ingezet als ruilgrond. Dit eigendom kan worden gekenschetst als een grondbank waarbij op dit moment het uitgangspunt niet is deze hoeveelheid ruilgrond op niveau te houden zoals dat in een reguliere grondbank in feite wel het geval is.
In dit kader dient ook vermeld te worden de gemeentelijke betrokkenheid bij het inrichten van een waterbank.
De inrichting van deze waterbank is vermeld in de structuurvisie en zal samen met het waterschap worden opgetuigd. Doel van deze waterbank is compensatiegrond beschikbaar te hebben indien op bepaalde locaties die nu ontwikkeld worden niet voldoende watercompensatie kan plaatsvinden als gevolg van de realisatie van verhard oppervlak. Door het hebben van een waterbank wordt het mogelijk gemaakt die compensatie elders, buiten de directe plangrens van het plangebied, op te lossen. Tevens is deze waterbank noodzakelijk omdat in een aantal bestaande kernen (Gendt, Angeren en Doornenburg) sprake is van te weinig water. Verwervingen ten behoeve van deze waterbank zijn in de toekomst dan ook mogelijk.
Tabel 4.4 Uitgangsputen grond-/waterbank
Uitgangspunten
De gemeente heeft op moment van schrijven van deze Nota Grondbeleid 38,7 ha ruilgrond in bezit
Samen met het waterschap wordt een waterbank ingericht
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.2
Instrumentarium
Onderdeel van Nota grondbeleid 2013 gemeente Lingewaard