In de praktijk wordt bij beheer onderscheid gemaakt in tijdelijk en permanent beheer. De tijdelijk te beheren objecten hebben betrekking op onroerende zaken in toekomstig plangebied en dienen veelal om, na bouwrijp te zijn gemaakt, in het kader van de gronduitgifte te worden afgestoten. Dit betekent dat die objecten op het moment dat ze nodig zijn ook daadwerkelijk in ontwikkeling moeten kunnen worden gebracht zonder dat er op dat moment juridische obstakels zijn die dat kunnen verhinderen. Zo moet bijvoorbeeld voorkomen worden dat een gebruiker die het gemeentelijk eigendom tijdelijk onderhoudt diverse rechten verkrijgt die het voor de gemeente moeilijk maken weer de volledige beschikking over haar eigendom te verkrijgen op het moment dat dat noodzakelijk is. Hier zijn diverse juridische instrumenten voor beschikbaar die dergelijke situaties kunnen voorkomen. Deze zijn:
Voortgezet gebruik aan de hand van ingebruikgeving om niet
Tijdelijke huur op grond van de leegstandswet
Bruikleenovereenkomsten
Geliberaliseerde pacht korter dan zes jaar
Geliberaliseerde pacht langer dan zes jaar
Voortgezet gebruik van panden en/of gronden wordt vaak overeengekomen bij de aankooponderhandelingen. De verkoper houdt het verkochte dan tijdelijk in gebruik totdat de gemeente het pand of de grond nodig heeft. Dit vindt veelal plaats in de vorm van ingebruikgeving om niet.
(Woon)ruimten die voor langere tijd leeg komen te staan kunnen ook tijdelijk worden verhuurd op grond van de Leegstandswet. Op basis van deze wet kan, onder voorwaarden, een woonruimte worden verhuurd voor minimaal zes maanden en maximaal vijf jaar. Bij deze tijdelijke vorm van verhuur worden de huurbeschermingsbepalingen uit het Burgerlijk Wetboek buiten werking gesteld. Er dient een vergunning te worden verleend door het college van Burgemeester en Wethouders. Er kan een vergoeding worden gevraagd.
Om objecten tijdelijk te beheren kan ook een bruikleenovereenkomst worden gesloten voor een bepaalde periode of voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn. Deze is gemakkelijk op te zeggen, maar de bruikleen vindt plaats om niet. Het voordeel van deze overeenkomst zit met name in het feit dat deze min of meer gemakkelijk is op te zeggen waardoor de gemeente weer tijdig over de noodzakelijke grond kan beschikken. De bruikleenovereenkomst zorgt er voor dat het gebruik onder goed vastgelegde voorwaarden plaatsvindt. Zo kan de periode van bruikleen worden vastgelegd in de overeenkomst alsook de gevolgen bij eventuele schade die tijdens de periode ontstaat.
Tot slot wordt hier de mogelijkheid genoemd pachtovereenkomsten te sluiten met een duur van minimaal één jaar en maximaal zes jaar of langer dan zes jaar. Onder die voorwaarden kan een pachtovereenkomst worden gesloten waarbij diverse artikelen uit het Burgerlijk Wetboek die wel gelden voor reguliere pacht niet van toepassing kunnen worden verklaard. Dit betreft met name artikelen waarin diverse pachtbeschermingsregels voor de pachter zijn opgenomen die het bij reguliere pacht moeilijk maakt tijdig over de grond te beschikken. Dit is een flexibele vorm van pacht waarbij een marktconforme vergoeding kan worden gevraagd. Daarbij geldt dat indien de afgesproken periode korter is dan zes jaar de pachtprijs vrij is; er vindt geen toetsing door de grondkamer plaats. Is de termijn langer dan zes jaar dan is dit laatste wel aan de orde.
Een algemene voorkeur voor de ene of de andere vorm wordt hier niet uitgesproken, dit wordt per situatie beoordeeld.
Tabel 4.6 Uitgangspunten tijdelijk beheer
Uitgangspunten
Afhankelijk van de situatie wordt voor tijdelijk beheer gebruik gemaakt van het sluiten van ingebruikgevingsovereenkomsten, bruikleenovereenkomsten, tijdelijke verhuur of tijdelijke pacht
Het tijdig beschikbaar komen van de objecten op het moment dat deze nodig zijn, staat daarbij centraal
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Instrumentarium
Onderdeel van Nota grondbeleid 2013 gemeente Lingewaard