In het kader van de Wro is de gemeente verplicht de door haar te maken kosten bij gebiedsontwikkeling te verhalen. Dit kan op verschillende wijzen:
Via de opbrengst uit gronduitgifte indien de gemeente de gronden zelf in eigendom heeft
Via het sluiten van een anterieure overeenkomst met een zelfrealisator
Via het sluiten van een posterieure overeenkomst met een zelfrealisator
Via het opnemen van een betalingsvoorschrift bij de afgifte van een omgevingsvergunning op basis van een vastgesteld exploitatieplan
Het verhalen van kosten door de uitgifte van grond is uiteraard alleen mogelijk als de gemeente ook eigenaar is van die gronden. Bij een aantal van de bestaande lopende projecten is dit het geval en zal kostenverhaal op die wijze plaatsvinden. In een toenemend aantal gevallen zal de gemeente kiezen voor een vorm van faciliterend danwel regisserend grondbeleid en zal de gemeente geen eigenaar zijn van de gronden. Ook in die gevallen zal echter kostenverhaal moeten plaatsvinden indien sprake is van een bouwplan. De Wro verplicht hiertoe. Hoewel dit niet direct uit de wettekst is te lezen, geldt daarbij een voorkeur voor het sluiten van overeenkomsten met ontwikkelende partijen. In die overeenkomst dient dan een afspraak te worden gemaakt over de vergoeding van kosten aan de gemeente door de ontwikkelende partij. Bovendien moet die vergoeding verzekerd zijn. De gebruikelijke methode hiervoor is de afgifte van een bankgarantie door de private partij. Deze zal de gemeente eisen in dergelijke gevallen. Lukt het maken van dergelijke afspraken niet met alle partijen die eigenaar zijn in het te ontwikkelen gebied (het exploitatiegebied), dan is de gemeente verplicht tezamen met de vaststelling van het bestemmingsplan ook een exploitatieplan vast te stellen. Op basis van een exploitatieplan kan de gemeente dan bij de afgifte van een omgevingsvergunning een betalingsvoorschrift opnemen. Op die manier worden eigenaren gedwongen een bijdrage te doen. Ook kan na vaststelling van een exploitatieplan een overeenkomst worden gesloten. Een dergelijke overeenkomst wordt getypeerd als een posterieure overeenkomst (gesloten na vaststelling van een exploitatieplan) in tegenstelling tot de anterieure overeenkomst die gesloten wordt voorafgaand aan het mogelijk vaststellen van een exploitatieplan. Overigens dient een posterieure overeenkomst te voldoen aan het dan reeds vastgestelde exploitatieplan. Voor anterieure overeenkomsten geldt meer vrijheid met betrekking tot de te maken afspraken.
Belangrijk is dat het Bro een limitatieve lijst presenteert van kosten die in het kader van gebiedsontwikkeling verhaald kunnen worden. Aan die lijst dient de gemeente zich te houden bij het opstellen van exploitatieplannen, maar ook bij anterieure onderhandelingen speelt dit een rol. De gemeente zal altijd minimaal de kosten wensen te verhalen die op basis van het Bro te verhalen zijn. Wordt namelijk een lager bedrag afgesproken, dan kan de gemeente beter overgaan tot het vaststellen van een exploitatieplan, want dan kan er mogelijk sprake zijn van het verlenen van ongeoorloofde staatssteun.
Op die manier heeft de regelgeving uit het Bro een zekere schaduwwerking tijdens die anterieure onderhandelingen. Overigens geldt een en ander ook indien de kosten voor de gemeente relatief laag zijn en bijvoorbeeld alleen planontwikkelingskosten betreft. Planontwikkelingskosten behoren tot de te verhalen kosten. Zelfs indien een initiatiefnemer de grondexploitatie volledig zelf voert en de gemeente hier dus geen kosten aan heeft, zal de gemeente kosten maken voor planontwikkeling en planbegeleiding. Ook die kosten moeten dan verhaald worden. Dit geldt ook voor eventuele onderzoeken die de gemeente in het kader van het initiatief uitvoert.
De gemeente heeft een voorkeur voor het sluiten van overeenkomsten, maar lukt dit niet op een goede manier, dan zal de gemeente overgaan tot het vaststellen van een exploitatieplan. Overigens is deze voorkeursroute ook zo geformuleerd in de gemeentelijke structuurvisie.
Tabel 4.19 Uitgangspunten mogelijkheden kostenverhaal
Uitgangspunten
De gemeente wenst de te maken kosten bij gebiedsontwikkeling altijd te verhalen
De gemeente heeft daarbij, indien zij niet zelf eigenaar is van de gronden, een voorkeur voor het aangaan van een anterieure overeenkomst
De kostenbijdrage zal verzekerd moeten zijn door middel van een bankgarantie
De kostenbijdrage zal bovendien minimaal het niveau moeten hebben van de kosten die te verhalen zijn op wettelijke basis
Lukt het sluiten van een reële overeenkomst niet, dan zal de gemeente overgaan tot het vaststellen van een exploitatieplan
Het sluiten van een posterieure overeenkomst is mogelijk. Deze zal dan voldoen aan het dan reeds vastgestelde exploitatieplan
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5
Artikel 4.5.2
Mogelijkheden kostenverhaal en gemeentelijke voorkeur
Onderdeel van Nota grondbeleid 2013 gemeente Lingewaard