**1..** De VVE-peutervoorziening die de peuter bezoekt voldoet, bovenop de eisen van de Wet kinderopvang en aan verwante regelgeving, aan de door de gemeente Tilburg vastgestelde kwaliteitseisen, vastgelegd in het “kwaliteitskader kindgebonden financiering VVE peutervoorzieningen 2022”. Hierin staan de volgende kwaliteitseisen:
De aanbieder werkt met een NJI erkend VVE programma.
De aanbieder werkt met het observatie- en registratiesysteem KIJK!
Op grond van het observatiesysteem worden streefdoelen en plannen geformuleerd op groeps- en kindniveau op de domeinen taal, ontluikende gecijferdheid, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling.
Uit individuele- en groepsplannen blijkt aantoonbare toepassing van methodisch gedifferentieerd werken, met doelen en ambities op kind- en groepsniveau.
Er is sprake van een warme overdracht van peuters met een VVE indicatie. Deze warme overdracht vindt uiterlijk plaats als de peuter 3 jaar en 9 maanden is. Overige peuters worden overgedragen met het KIJK! overdrachtsformulier.
De aanbieder maakt afspraken met de scholen voor primair onderwijs in de nabije werkomgeving over o.a:
de pedagogische en educatieve aanpak;
het gezamenlijke aanbod;
gezamenlijke thema’s;
toeleiding;
de ouderbetrokkenheid;
doorgaande zorglijn.
Deze afspraken worden in een integraal plan vastgelegd.
De aanbieder heeft een inspanningsverplichting deel te nemen aan wijk- of locatiegericht VVE overleg.
Rond de toeleiding heeft de aanbieder een inspanningsverplichting in de samenwerking met de GGD/JGZ en de communicatie richting de ouders van een peuter met VVE indicatie.
De aanbieder heeft ten behoeve van een goede aansluiting op de jeugdhulp een heldere communicatielijn met de Interne begeleider kinderopvang en de GGD verpleegkundige. Hiervoor geldt een inspanningsplicht voor de aanbieder.
Uit het scholingsplan van de aanbieder blijkt dat er een verdiepingsaanbod aan de medewerkers wordt geboden op de onderwerpen:
Opbrengstgerichtwerken, of;
de meldcode en de lokaal sociale kaart, of;
ouderbetrokkenheid.
Iedere aanbieder heeft een ouderbeleidsplan met daarin de volgende specifieke eisen:
Er is ouderbeleid geformuleerd met een locatiegerichte visie, doelstellingen en een plan van aanpak.
Er wordt periodiek een ouderanalyse gemaakt. De ouderanalyse is niet ouder dan drie jaren.
Het ouderbeleid is gebaseerd op de ouderanalyse.
Ouders worden geïnformeerd over het veiligheids-, gezondheids-, pedagogisch en locatiegericht ouderbeleid, de plaatsingsprocedure, frequentie van informatie- uitwisseling en doelstellingen t.a.v. VVE van de betreffende voorschool.
Er wordt nagegaan of de ouders de informatie ook hebben begrepen.
Er wordt gebruik gemaakt van een intakeformulier.
In het ouderbeleidsplan is aangegeven op welke wijze ouders gestimuleerd worden in thuisactiviteiten.
In het beleidsplan is aangegeven hoe ouders gestimuleerd worden te participeren in activiteiten op de voorschool.
Ouders worden regelmatig uitgenodigd voor een gesprek om de voortgang van de ontwikkeling van hun kind te bespreken en de wederzijdse ervaringen uit te wisselen.
In het beleidsplan is opgenomen wat het doel en de werking van vroegsignalering is en de rol van de ouder daarbij.
Er wordt rekening gehouden met de thuistaal van de ouders.
De aanbieder meet de voortgang van de peuter met VVE indicatie op de domeinen taal, ontluikende gecijferdheid, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling op de volgende momenten:
Eerste meting op ongeveer 3 maanden na de start van een peuter (dit is dus afhankelijk van het startmoment).
Een meting rond de leeftijd van 3 jaar.
Een meting rond 3 jaar en 9 maanden.
De aanbieder rapporteert over deze metingen bij de inhoudelijke verantwoording van de subsidie.
**2..** De aanbieder zet per groep voor minstens 2 uur per week een pedagogisch beleidsmedewerker op HBO werk- en denkniveau in. De definitie van groep komt overeen met een groepsruimte met maximaal 16 kindplaatsen.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.2:
Criteria
Onderdeel van Subsidieregeling Kindgebonden financiering VVE-Peutervoorzieningen regulier en zwaarbelast 2024