Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Belangen en nevenfuncties

Onderdeel van Gedragscode gemeenteraad Vijfheerenlanden 2024

1.. Het raadslid doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van het ambt opgave aan de griffier van alle (financiële) belangen die hij heeft die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd voor zijn functioneren als raadslid. Toelichting: Het raadslid kan relevante belangen hebben in bepaalde sectoren van de lokale samenleving, niet alleen financiële, die aanleiding kunnen zijn tot (schijn van) belangenverstrengeling. Het kan gaan om het bezit van effecten, aandelen, opties, derivaten, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond en om financiële deelnemingen in ondernemingen. Zulke financiële belangen kunnen een rol spelen bij besluiten over bijvoorbeeld bestemmingsplannen, grondverkopen, maatschappelijke, culturele of welzijnsorganisaties of andere organisaties met een ideële doelstelling. In dit artikel wordt ook gedoeld op belangen die niet financieel zijn. Voorbeelden zijn een terugkeergarantie of andere bijzondere regelingen die het raadslid heeft na de beëindiging van het raadslidmaatschap. Een raadslid dient zichzelf er rekenschap van te geven dat nevenfuncties en belangen die de partner of andere directe familieleden van het raadslid hebben, relevant kunnen zijn bij het onafhankelijk functioneren als raadslid, dan wel door derden redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd. Als het raadslid van oordeel is dat hiervan sprake zou kunnen zijn, dan doet het hij er goed aan dit te bespreken met de burgemeester of de griffier. 2.. Het raadslid doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van het ambt opgave aan de griffier van nevenfuncties. Hij vermeldt daarbij ten behoeve van de openbaarmaking; de omschrijving van de (neven)functie; de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is; mogelijk strijdige belangen met de functie als raadslid 3.. Het raadslid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie of lidmaatschap in acht dat: Zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft; Elke vorm of schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden; Geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt; Het tijdsbeslag het goed functioneren als raadslid niet in de weg staat. 4.. Nevenfuncties worden overeenkomstig de wet openbaar gemaakt via de gemeentelijke website. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dat. 5.. Het raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn raadslidmaatschap uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. Van de werkzaamheden zijn het burgemeester-, wethouder- of wijkraadslidmaatschap en een dienstbetrekking bij de gemeente uitgezonderd. Toelichting: Om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan worden oud-raadsleden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstverband tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, uitgezonderd het burgemeester-, wethouder- of wijkraadslidmaatschap. Werkzaamheden op grond van een dienstverband zijn toelaatbaar, omdat aangenomen wordt dat een dienstverband mede vanwege de geldende rechtspositievoorschriften, voldoende transparantie in de verhouding tot het bestuur verzekert.

Rechtspraak bij dit artikel