Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7

Beleidsregels gemeente Vijfheerenlanden

Onderdeel van Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden

2.7.1Inleiding De beste plek om kwetsbare oudheidkundige resten te bewaren is nog altijd in de grond. Sporen, vondsten en grondlagen bevinden zich in een specifieke context onder bepaalde conserverende omstandigheden. Die balans wordt verstoord als er gegraven of juist grond opgebracht wordt. Om dat te voorkomen is zorg voor het ondergronds erfgoed cruciaal (artikel 4 Verdrag van Malta). Bij het (nieuwe) gemeentelijk beleid van Vijfheerenlanden gelden de volgende uitgangspunten: behoud in-situ archeologisch vriendelijk bouwen Als 1 en 2 niet mogelijk zijn dan is archeologisch onderzoek nodig onderzoek moet leiden tot kenniswinst Zoals in de wet is vastgelegd mogen gemeenten gemotiveerd afwijken van de standaardvrijstelling van 100 m2. Bij het bepalen van vrijstellingsgrenzen dient rekening te worden gehouden met de diepteligging van het archeologisch relevante niveau, de omvang van de te verwachten vindplaatsen en dichtheid van het aantal verwachte vindplaatsen per oppervlakte-eenheid. Aan de hand van het onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de archeologische inventarisatiekaarten en de onderzoeksagenda is een afgewogen beleid met vrijstellingscategorieën gemaakt. Deze vrijstellingscategorieën zijn weergeven op de archeologische beleidskaart (kaartbijlagen 8 en 9). Op de eerste kaart (kaartbijlage 8) is de koppeling met de archeologische inhoud behouden zodat dit (voor de archeologisch deskundige) herleidbaar is. Voor de volledigheid is ook een beleidskaart toegevoegd waarop alleen de vrijstellingscategorieën zijn weergegeven (kaartbijlage 9). Deze kaart kan worden gebruikt als onderlegger voor de plankaarten in bestemmingsplannen of vanaf invoering van de Omgevingswet het omgevingsplan. In onderstaande paragrafen volgt per categorie een onderbouwing en toelichting. Wat betreft de vrijstellingsdiepte: in de Erfgoedwet wordt metaaldetectie in de bovenste 30 cm van het bodemprofiel toegestaan. Dit betreft de gemiddelde dikte van de bouwvoor op agrarische percelen. Ook reguliere bodemingrepen, zoals spitten, in tuinen zullen over het algemeen beperkt blijven tot de bovenste 30 cm (een spadesteek diep). Bij het archeologisch beleid van de gemeente is deze 30 cm –mv als uitgangspunt genomen bij de vrijstellingsdieptes van de diverse beleidscategorieën (buiten de rijksmonumenten en de gemeentelijke archeologische monumenten). 2.7.2Onderbouwing per categorie Er wordt onderscheid gemaakt in zes hoofdcategorieën, weergegeven in tabel 3. Tevens is er een zevende categorie van gebieden waar de ondergrond verstoord is tot onder het archeologisch relevante niveau en geen archeologische vindplaatsen meer worden verwacht. Deze gebieden zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Regime Vrijstelling Oppervlak (m2) Diepte (cm –mv) Waarde-archeologie 1 0 0 of 3024 Bij archeologische rijksmonumenten geldt een vrijstellingsdiepte van 0 cm; bij gemeentelijke archeologische monumenten 30 cm -mv. Waarde-archeologie 2 30 30 of 15025 Bij dagzomende rivierduinen geldt een vrijstellingsdiepte van 30 cm -mv; Bij afgedekte rivierduinen 150 cm -mv. Waarde-archeologie 3 100 30 Waarde-archeologie 4 250 30 of 15026 Afhankelijk van diepteligging stroomgordel/rivierduin Waarde-archeologie 5 1.000 3027 Bij watergebieden: bij ingrepen in ongeroerde waterbodem Waarde-archeologie 6 10.000 30 Vrijgegeven (diep verstoord) Vrijgesteld van onderzoek Tabel 3. Overzicht met de vrijstellingsregimes. Waarde-archeologie 1 Archeologische rijksmonumenten: De archeologische rijksmonumenten zijn beschermd via de Erfgoedwet waarbij geldt dat elke vorm van bodemingrepen (zonder of in afwijking van de vergunning) op basis van de Erfgoedwet verboden is. Gemeentelijke archeologische monumenten: Momenteel zijn binnen de gemeente geen gemeentelijke archeologische monumenten aanwezig. Deze categorie maakt het mogelijk om in de toekomst terreinen aan te wijzen die archeologisch van grote betekenis zijn voor de gemeente Vijfheerenlanden. Voor dergelijke terreinen staat behoud in situ voorop en dient elke vorm van bodemingrepen te worden vermeden. Als bodemingrepen niet kunnen worden vermeden, kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. AMK-terreinen: Dit betreft de voormalige provinciale archeologische monumenten, die nu onder de bevoegdheid van de gemeente vallen. In het oude beleid van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik gold een vrijstellingsoppervlak van 30 m2, terwijl voor de gemeente Vianen 0 m2 gold. Feit is dat bij de AMK-terreinen sprake is van de aanwezigheid van waardevolle archeologische resten, die een belangrijke bron van informatie zijn voor de bewoningsgeschiedenis van Vijfheerenlanden en waarbij geringe bodemingrepen al kunnen leiden tot aanzienlijke informatieverlies. Om deze redenen is het slechts beperkt toestaan van bodemingrepen gerechtvaardigd. Een klein vrijstellingsoppervlak stimuleert immers behoud in situ; een dergelijk behoud is bij deze AMK-terreinen wenselijk. Voor de AMK-terreinen geldt daarom een vrijstelling voor ingrepen tot 30 cm -mv. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Historische kern: de historische kernen betreffen de oudste delen van de diverse dorpen en steden binnen de gemeente. Het betreft gebieden waar op basis van historische bronnen is vastgesteld dat er bebouwing (al dan niet met erf) heeft gestaan. Ook de historische straten(patronen) en vestingwerken vallen binnen deze gebieden. Enkele locaties zijn als AMK-terrein aangeduid (historische kern van Vianen, Hagestein en Everdingen). Dit alles overziend, in combinatie met een zeer grote dichtheid aan te verwachten sporen en vondsten (zoals aangetoond bij rioleringswerkzaamheden in de binnenstad van Vianen en bij aanleg van leidingen in Ameide) geldt voor de historische kernen een streng vrijstellingsbeleid, overeenkomend met dat van de AMK-terreinen: er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv kan de gemeente voorwaarden stellen. Kasteelterreinen en historische dijken: Deze locaties zijn op basis van historische bronnen geïdentificeerd. Net als bij de overige vindplaatsen uit de periode van de Staatssamenlevingen geldt ook bij deze categorie dat sprake is van een grote dichtheid aan verwachte sporen. Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot een diepte van 30 cm -mv. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Waarde-archeologie 2 Woonheuvels: In de diverse historische bewoningslinten in de gemeente zijn woonheuvels aanwezig, in totaal zo’n 360 stuks. Deze woonheuvels kunnen worden gezien als huisterpen waarvan de ouderdom teruggaat tot in de (late) middeleeuwen. Archeologisch onderzoek in de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden heeft aangetoond dat op de woonheuvels bewoningsresten uit de volle middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Bij diverse uitgevoerde onderzoeken is de hoge archeologische waarde van dergelijke woonheuvels in de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden aangetoond. Onderzoek naar woonheuvels kan inzicht geven in de ouderdom van de bewoningslinten en de ontwikkeling van deze linten. Vergelijking van onderzoeken van woonheuvels uit verschillende bewoningslinten kan mogelijk relevante informatie opleveren. Gezien de geringe omvang van de woonheuvels (over het algemeen kleiner dan 2000 m2) en de grote dichtheid aan verwachte sporen en vondsten is een klein vrijstellingsoppervlak gerechtvaardigd: er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv en groter dan 30 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Verdwenen molens: Van zo’n 60 historische molens is de locatie bekend. Veel van deze molens werden gebruikt om het overtollige water uit de diverse polders te pompen, zogenaamde poldermolens. De oudste molens in Vijfheerenlanden gaan terug tot in de late middeleeuwen. Niet alleen ter plaatse van het molengebouw zijn archeologische resten te verwachten, maar ook er om heen. Te denken valt aan bakstenen muurtjes die als beschoeiing langs de watergangen dienden. Ook kunnen op het erf van de molenaar water- en beerputten worden verwacht. Gezien de geringe omvang van de molenlocaties (over het algemeen kleiner dan 2000 m2) en de grote dichtheid aan verwachte sporen en vondsten is een klein vrijstellingsoppervlak gerechtvaardigd: er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv en groter dan 30 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Ruivierduinen (al dan niet afgedekt): Van diverse rivierduinen in de gemeente Vijfheerenlanden en omliggende gemeenten zijn archeologische vindplaatsen uit verschillende perioden bekend. Rivierduinen waren door hun hoogteligging beschermd tegen overstromingen en waren daarom geliefde woonlocaties. Op de rivierduinen worden onder andere kampementen uit de steentijd verwacht waarvan de omvang over het algemeen enkele tientallen tot enkele honderden vierkante meters bedraagt. Vindplaatsen uit de steentijd zijn zeldzaam in Vijfheerenlanden. Door hun hoge ouderdom zijn deze vindplaatsen uitermate kwetsbaar. Ingrepen met geringe omvang kunnen al leiden tot verstoring van vindplaatsen met informatieverlies tot gevolg. Een vrijstellingsregime met een beperkt vrijstellingsoppervlak is dan ook verdedigbaar. Voor dagzomende rivierduinen geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv en groter dan 30 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Voor afgedekte rivierduinen geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 150 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 150 cm –mv en groter dan 30 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Waarde-archeologie 3 Oude woongronden: in de gebieden met oude woongronden heeft jarenlange bewoning plaatsgevonden waarbij een dik humeus (cultuur)dek is ontstaan. Het maaiveld van deze woongronden steekt veelal tot op de dag van vandaag nog boven het omliggende landschap uit. Veel van deze locaties werden in de Romeinse tijd bewoond, maar soms ook al in de ijzertijd of pas later (in volle/late middeleeuwen). Over het algemeen vond op deze locaties ook bewoning plaats in de late middeleeuwen en nieuwe tijd. De omvang van de terreinen varieert van enkele tot enkele tientallen hectares. Binnen deze gebieden kunnen meerdere huisplaatsen aanwezig zijn met oppervlaktes tot enkele duizenden vierkante meters. Binnen de oude woongronden is een grote dichtheid aan archeologische sporen en vondsten te verwachten. Veel sporen, zoals die van waterputten en afvalkuilen, hebben een kleine omvang. Aan de hand van het vondstcomplex in dergelijke sporen kan nader inzicht worden verkregen over bewoning en verschil in gebruik/status tussen de diverse huisplaatsen in de betreffende woonzone. De dichtheid aan sporen kan binnen de zone sterk verschillen en is naar verwachting minder groot dan die in de beleidscategorie 2. Tevens moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van de archeologie en het niet willen belasten van relatief kleine ingrepen. Om deze redenen is het wenselijk een minder klein vrijstellingsoppervlak te hanteren dan in beleidscategorie waarde-archeologie 2: Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 100 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Ontginningslinten en overige historische elementen: Deze categorie betreft met name de bewoningslinten en eendenkooien die op basis van historische bronnen zijn geïdentificeerd. Deze terreinen hebben over het algemeen een aanzienlijke omvang. Net als bij de overige vindplaatsen uit de periode van de Staatssamenlevingen geldt ook bij deze categorie dat sprake is van een grote dichtheid aan verwachte sporen. De dichtheid aan sporen kan binnen de zone sterk verschillen en is naar verwachting minder groot dan die in de beleidscategorie 2. Tevens moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van de archeologie en het niet willen belasten van relatief kleine ingrepen. Om deze redenen is het wenselijk een minder klein vrijstellingsoppervlak te hanteren dan in beleidscategorie waarde-archeologie 2: Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 100 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Conflictarcheologie: Een bijzondere categorie betreft de locaties met archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog en een enkele locatie met resten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een groot deel van deze locaties is vastgesteld op basis van historische luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog en betreft onder andere het radarstation Gorilla, maar ook bunkers, vliegtuigcrashes (waarvan locatie nauwkeurig genoeg bekend is), geschutsbatterijen en Fort Everdingen (deze laatste ook vanwege ligging in Nieuwe Hollandse Waterlinie). De ligging van deze locaties is nauwkeurig in beeld en is mede gebaseerd op basis van de gemeentelijke kaart van Niet-Gesprongen Explosieven28Van Wiggen, 2019. Van andere locaties is slechts een globale ligging bekend uit historische bronnen. Het betreft onder andere de crashlocaties van vliegtuigen, maar ook gebieden waar (Nederlandse) barakken hebben gestaan. Ook zijn er WOII-locaties te duiden waar geen/nauwelijks kenniswinst te behalen is (zoals kilometers lange zones met loopgraven of mangaten). De dichtheid aan archeologische sporen is sterk afhankelijk van het type vindplaats, maar aangezien sprake is van bekende vindplaatsen, geldt een relatief streng vrijstellingsregime: Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 100 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Voor de zones waarvan de exacte locatie niet bekend is (globale crashsites) of locaties waarvan de archeologische waarde niet vaststaat (zoals de loopgraven) geldt geen eigen vrijstellingsregime. Deze zones worden als ‘attentiegebied’ beschouwd. Hier geldt het vrijstellingenbeleid van de onderliggende (verwachtings)zone, maar dient bij uitvoering van archeologisch (voor)onderzoek wel rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van resten die betrekking hebben op conflictarcheologie. Waarde-archeologie 4 Stroomgordels/crevasses: Veel archeologische vindplaatsen liggen op stroomgordels en crevasses. In deze zones zijn dan ook alle vindplaatscategorieën te verwachten en afhankelijk van de ouderdom van de betreffende stroomgordel/crevasse is sprake van een verwachting voor één of meerdere perioden. De omvang van de vindplaatsen varieert sterk: van enkele tientallen vierkante meters voor kampementen uit de steentijd tot duizenden vierkante meters voor nederzettingsterreinen uit de periode van de late landbouwers. Ingrepen met geringe omvang kunnen al leiden tot verstoring van vindplaatsen met informatieverlies. Echter, in tegenstelling tot de bijvoorbeeld de historische dorps- en stadskernen waarvan vaststaat dat sprake is van de aanwezigheid van archeologische resten, geldt dit niet voor de stroomgordels. Op de (oeverwallen van) de stroomgordels hebben diverse nederzettingsterreinen gelegen, maar de afstand tussen naast elkaar liggende terreinen kan wel (vele) honderden vierkante meters groot zijn. Hierdoor wordt de kans op het daadwerkelijk aantreffen van dergelijke vindplaatsen aanzienlijk kleiner en daarom geldt voor deze verwachtingsgebieden een vrijstellingsoppervlak van 250 m2. Aan grotere ingrepen kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen De diepteligging van de archeologische resten is afhankelijk van de diepteligging van de (oever)afzettingen van de betreffende stroomgordel waarbij geldt: hoe ouder, hoe dieper. Op basis van ondergrondgegevens is onderscheid gemaakt in twee diepteklassen: Ligging van de top van de oeverafzettingen aan/nabij het oppervlak tot 1,5 m –mv. Hierbij geldt een vrijstellingsdiepte van 0,3 m –mv die overeenkomt met de gemiddelde dikte van de bouwvoor. Ligging van de top van de oeverafzettingen dieper dan 1,5 m –mv. Bij deze stroomgordels/crevasses geldt een dieptevrijstelling van 1,5 m -mv. Geulen: In de restgeulen is een bijzondere dataset aan archeologische resten te verwachten in de vindplaatscategorieën economie en infrastructuur. Te denken valt aan scheepswrakken/kano’s, visfuiken, afvaldumps, brugfunderingen, beschoeiingen en dergelijke. Gezien de ligging onder de grondwaterspiegel zijn organische resten zoals hout naar verwachting goed geconserveerd. Dit geldt ook voor veenlagen waarmee de ouderdom van de geul kan worden gedateerd of monsters ten behoeve van botanisch onderzoek. Vanwege de bijzondere dataset wordt qua vrijstellingsgrens aangesloten bij de vrijstellingsgrenzen van de stroomgordels, namelijk een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 250 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 250 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Waarde-archeologie 5 Uiterwaarden: Bekend is dat de uiterwaarden relatief jong zijn. Hier is met name sprake van de vindplaatscategorieën economie en infrastructuur. Te verwachten vindplaatsen zijn bijvoorbeeld steenovens, veerstoepen, kades/dijken, sluizen, duikers, rivierkribben en scheepswrakken. Aangezien het gebied sinds de bedijking buitendijks lag en daarmee regelmatig overstroomde, zijn geen nederzettingsresten uit late middeleeuwen/nieuwe tijd te verwachten. Dit rechtvaardigt een groter vrijstellingsoppervlak: Een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 1.000 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 1.000 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Lek: De vindplaatsen in de (waterbodem van de) Lek kunnen betrekking hebben op de periode Staatssamenlevingen en betreffen de vindplaatscategorieën economie en infrastructuur en een mogelijke relevantie met alle onderzoeksthema’s. Te denken valt aan archeologische resten in de vorm van scheepswrakken, kribrestanten en afvaldumps. Zoals bij het thema infrastructuur van de onderzoeksagenda beschreven zijn twee locaties van scheepswrakken bekend. Als vrijstellingsoppervlak voor bodemingrepen geldt de top van de ongeroerde waterbodem met een oppervlakte tot 1.000 m2. Aan bodemverstorende ingrepen dieper de top van de ongeroerde waterbodem en groter dan 1.000 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Waarde-archeologie 6 Komgebieden: De komgebieden zijn de laaggelegen, relatief natte gebieden binnen het landschap en waren (voor de bedijking) niet geschikt om te wonen. Voor de perioden van de jager/verzamelaars, vroege en late landbouwers zijn in deze gebieden nauwelijks archeologische resten te verwachten. Dit is anders voor de periode van de staatssamenlevingen waar (na de bedijking) wel alle vindplaatscategorieën van belang zijn. In het komgebied kunnen met name resten van de categorieën economie en infrastructuur worden verwacht. Te denken valt aan wegen, afwateringssloten, beschoeiingen, duikers, bruggetjes, eendenkooien en dergelijke. De dichtheid aan vindplaatsen is naar verwachting laag en de omvang van de vindplaatsen is naar verwachting klein. Deze combinatie maakt dat bij bodemingrepen de kans op het verstoren van archeologische vindplaatsen klein is. Dit resulteert in een ruime vrijstellingsgrens van 10.000 m2. Een groter vrijstellingsoppervlak is niet wenselijk omdat in deze gebieden de kans bestaat op de aanwezigheid van nog onontdekte stroomgordels en crevasses. Juist door onderzoek uit te voeren kan de aan- of afwezigheid van dergelijke zaken worden vastgesteld. Als vrijstellingsdiepte wordt een diepte van 30 cm –mv aangehouden, de onderkant van de reguliere bouwvoor. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 10.000 m2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Voormalige gemeenten Vijfheerenlanden Vrijstellingen: m2 / cm -mv Nieuw beleid Vijfheerenlanden 2022 (m2 / cm –mv) gemeente Leerdam Zederik Vianen provincie Zuid-Holland Zuid-Holland Utrecht jaar 2009 2009 2011 2022 Archeologische waardevolle gebieden Rijksmonumenten 0 / 0 0 / 0 0 / 0 0 / 0 gemeentelijke monumenten 30 / 30 30 / 30 Categorie bestaat niet 0 / 0 (hoge) archeologische waarde 30 / 30 30 / 30 Categorie bestaat niet 0 / 30 historische dorpskern, oude woongrond en terreinen archeologisch belang Categorie bestaat niet (valt onder zeer hoge verwachting lme/nt) Categorie bestaat niet (valt onder zeer hoge verwachting lme/nt) 0 / 0 Historische kern: 0 / 0 kasteelterreinen, dijken: 0 / 0 Woonheuvels, molens: 30/ 30 Rivierduinen: 30 / 30-150 oude woongronden: 100 / 30 Ontginningslint, overige historische elementen: 100 / 30 Conflictarcheologie: 100 / 30 Archeologische verwachtingsgebieden zeer hoge verwachting late middeleeuwen en nieuwe tijd 30 / 30 30 / 30 Categorie bestaat niet Categorie bestaat niet zeer hoge verwachting Romeinse tijd 30 / 30 30 / 30 Categorie bestaat niet Categorie bestaat niet hoge verwachting 250 / 30 250 / 30 30 / 30 Stroomgordels/crevasses: 250 / 30 Geulen: 250 / 30 hoge verwachting; diep gelegen 250 / 150 250 / 150 Categorie bestaat niet Stroomgordels /crevasses 250 / 150 middelhoge verwachting 500 / 30 500 / 30 2500 / 30 Uiterwaarden: 1.000 / 30 middelhoge verwachting late middeleeuwen / nieuwe tijd 100 / 30 100 / 30 Categorie bestaat niet Categorie bestaat niet lage verwachting 10.000 / 30 10.000 / 30 10 ha Komgebieden: 10.000 / 30 rivierbed Categorie bestaat niet Categorie bestaat niet contact met RCE 1.000 / top ongeroerde waterbodem Tabel 4. Overzicht van de oude beleidsregels (2009 en 2011) in vergelijking met de nieuwe beleidsregels

Rechtspraak bij dit artikel