Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2.

Artikel 7.2.3.

Uitgangspunten verticale ligging

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Koggenland

1.. Kabels en leidingen hebben vanaf bovenkant leiding tot bovenkant maaiveld de volgende afstand bij: water: 1,00 m; gas: 1,00 m; elektra: 0,60 m; telecommunicatie: 0,60 m; warmte: 1,00 m; riool: 1,20 m of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding. 2.. Indien kabels en leidingen elkaar kruisen distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen; vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen; bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m. 3.. Er moet een strook tussen 0,75 m -mv en 1,00 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.

Rechtspraak bij dit artikel