**1..** Het college kan besluiten tot kwijtschelding bijstand indien de belanghebbende:
Gedurende vijf jaar zijn aflossingsverplichting voor de teruggevorderde bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; bij onderbreking de terug betalingsverplichting kan de periode met maximaal drie jaar worden verlengd.
Gedurende een periode van twee jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vorderingen minder bedragen dan € 250,00.
Gedurende vijf jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten.
De in onderdeel a. genoemde termijn bedraagt 10 jaar bij verwijtbare vorderingen.
**2..** Als voorwaarde voor kwijtschelding geldt dat er geen sprake is van vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 Participatiewet, waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.
**3..** Het college kan tot kwijtschelding van algemene bijstand overgaan, als de belanghebbende een bedrag, overeenkomend met ten minste 70% van de restschuld, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, in één keer aflost.
**4..** Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.
**5..** In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder a of d alleen genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht.
Hoofdstuk 5.
Artikel 10.
Kwijtschelding bijstand
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering bijstandsverlening zelfstandigen gemeente Steenbergen