**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de ambtenaar belast met de heffing te worden ingediend.
**2.** Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**3.** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde bedrag, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een rentevoet van 6 % per jaar.
**4.** De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 6 % per jaar.
**5.** Indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van het genot, wordt de nieuwe genothebbende, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.
In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslagingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de ambtenaar belast met de heffing te worden ingediend.
**6.** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van het belastingtijdvak het genot van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de resterende belastingschuld voor de betreffende onroerende zaak voor de nog niet aangevangen belastingjaren opnieuw vastgesteld. De vaststelling van de resterende belastingschuld zoals bedoeld in de vorige volzin geschiedt volgens de formule:A / B x C x € 1,00Voor deze formule geldt:
de oppervlakte van de na de overdracht ontstane onroerende zaak;
de oppervlakte van de voor de overdracht bestaande onroerende zaak, waarvan A deel uitmaakt;
de resterende belastingschuld voor de op het moment van de overdracht nog niet aangevangen belastingjaren zoals deze gold voor de voor de overdracht bestaande onroerende zaak.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening baatbelasting aanleg riolering buitengebied gemeente Hilvarenbeek