Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6:

Berekening hoogte draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Gooise Meren 2024

1.. Er is geen sprake van draagkracht uit inkomen als het inkomen minder is dan 120 procent van de bijstandsnorm. 2.. Van het inkomen tussen 120 procent en 140 procent van de bijstandsnorm geldt een draagkracht van 25 procent. 3.. Van het inkomen tussen 140 procent en 200 procent van de bijstandsnorm geldt een draagkracht van 50 procent. 4.. Van het inkomen boven 200 procent van de bijstandsnorm geldt een draagkracht van 100 procent. 5.. Voor de volgende kosten geldt, in afwijking van het eerste, tweede en derde lid, een draagkrachtpercentage van 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm: woonkostentoeslag; inrichtingskosten; duurzame gebruiksgoederen; uitvaartkosten; kosten van beschermingsbewind, curatele en mentorschap; 6.. Bij de bepaling van de draagkracht wordt de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet buiten beschouwing gelaten. 7.. Er is geen sprake van draagkracht uit vermogen wanneer het vastgestelde vermogen lager is dan de van toepassing zijnde grens als bedoeld in artikel 34 Participatiewet. Het vermogen boven deze grens wordt volledig in aanmerking genomen als draagkracht. 8.. In afwijking van lid zeven wordt bij de volgende kostensoorten al het vermogen tot de draagkracht gerekend: woonkostentoeslag; inrichtingskosten; duurzame gebruiksgoederen; uitvaartkosten. 9.. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht maandelijks verrekend. Bij incidentele bijzondere bijstand wordt dit in één keer verrekend met de bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel