Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Aansprakelijkheid

Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht (Handboek kabels en leidingen)

1.. De netbeheerder dient de aanleg, instandhouding en de opruiming van de kabels of leidingen zodanig uit te voeren dat schade aan eigendommen van de gemeente en derden wordt voorkomen. 2.. De aanleg, instandhouding en de opruiming van kabels of leidingen geschiedt op een zodanige wijze dat kabels of leidingen van andere netbeheerders niet worden beschadigd, en de uitvoering van werkzaamheden van andere netbeheerders niet nodeloos wordt bemoeilijkt. 3.. De netbeheerder is tegenover de gemeente en derden aansprakelijk voor schade welke is veroorzaakt door de uitvoering van de werkzaamheden (de wettelijke bepalingen aangaande onrechtmatige daad uit boek 6 Burgerlijk wetboek zijn hier van toepassing). 4.. De netbeheerder vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden wegens schade, die het gevolg zijn van de aanleg, instandhouding en de opruiming van kabels of leidingen. 5.. De netbeheerder is aansprakelijk voor schade aan gemeente-eigendommen of derden die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen, repareren en dergelijke van kabels of leidingen. Bij gecombineerde kabel- of leidingaanleg zijn de deelhebbende netbeheerders gezamenlijk aansprakelijk tegenover de gemeente. 6.. Indien een netbeheerder een kabel c.q. leidingtracé wil aanleggen in een gebied waarvan de bodem verontreinigd is of blijkt te zijn, is de gemeente c.q. het college niet aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. 7.. De kosten voor het af- en aanvoeren van vrijkomend materiaal, bouwstoffen, zijn voor rekening van de netbeheerder. De netbeheerder voldoet daarbij aan alle eisen en (milieu-) voorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel