Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

Tracé inspectie t.b.v. de aanleg van kabels of leidingen

Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht (Handboek kabels en leidingen)

1.. De netbeheerder inspecteert het beoogde tracé waarop de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd moeten gaan worden vooraf en onderzoekt of de werkzaamheden (verkeers-) technisch uitvoerbaar zijn t.a.v. de aanwezige wegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, spoorwegen, (waterkerende) dijken, overige kabels of leidingen, bomen, wegmeubilair, taluds en gebouwen. Ook geldt dat Verwijzingsborden, Zinkerborden voor afsluiters, warmte putten en brandkranen moeten worden terug gezet bij werken derden, dit om de leiding terug te vinden. Dit is ook van toepassing bij de tegels en potten waarbij geldt dat terugplaatsing op de juiste wijze dient te gebeuren. De voorschriften voor plaatsten van potten en brandkraan tegels zijn bij Vitens en Eneco Warmte op te vragen. 2.. Samenwerking netbeheerders onderling: de netbeheerder inventariseert welke overige netbeheerders kabels of leidingen in het beoogde tracé hebben liggen of wier kabel en leidingen door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt, en informeert deze netbeheerders tijdig over de voorgenomen werkzaamheden en de gegevens over de aard en ligging van betreffende kabels of leidingen. Daartoe doet de netbeheerder een oriëntatieverzoek bij het Kadaster- sectie KLIC en/of kunnen proefsleuven gemaakt worden. De netbeheerder geeft de overige netbeheerders de gelegenheid tot reactie waarbij de netbeheerders zelf kunnen toetsen of de voorgenomen werkzaamheden geen belemmering zijn voor het gebruik van hun kabels of leidingen. Zo nodig treden zij in overleg met de netbeheerder teneinde nadere afspraken te maken. De initiatiefnemende netbeheerder, dat kan ook de gemeente zijn, heeft de coördinatieplicht. 3.. Samenwerking initiatiefnemers en netbeheerders: initiatiefnemers, netbeheerders en het college, moeten bij de uitvoering van projecten samenwerken om de hinder en de kosten van maatregelen aan kabels en leidingen zoveel mogelijk te beperken. De initiatiefnemer die een project wil uitvoeren waarvoor maatregelen aan kabels en leidingen moeten worden genomen, dient in een vroeg stadium van de voorbereiding van zijn project, de betrokken netbeheerder per mail of brief voor een initiatiefoverleg uitnodigen. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk is voor het laten nemen van de voor het project benodigde maatregelen door de netbeheerders. In dit initiatiefoverleg wordt nagegaan welke maatregelen (het aanpassen, verplaatsen van een kabel of leiding, of een andere maatregel) er nodig zijn om het initiatief te kunnen uitvoeren. Hierbij wordt tevens onderzocht welke mogelijkheden er zijn de maatregelen tegen de laagste maatschappelijke kosten uit te voeren. Netbeheerders hebben er belang bij dat ingrepen aan hun kabels- en leidingen zoveel als mogelijk is wordt beperkt, aangezien dit kosten met zich meebrengt, en een ingreep de kwaliteit van het netwerk en de leveringszekerheid in negatieve zin kan beïnvloeden. De initiatiefnemer, de betrokken netbeheerders en de gemeente onderzoeken tevens mogelijk alternatieven (waarbij ook gekeken wordt of door een aanpassing van het ontwerp het mogelijk is de kosten van een verlegging van een kabel of leiding te voorkomen of de kosten te beperken). Het bepaalde in lid 4 tot en met 6 laat onverlet dat het college de inrichting van de openbare ruimte bepaalt, en na overleg en weging van alle belangen (van de gemeente, de netbeheerders, en derden die de ruimte willen ontwikkelen) beslist hoe de ruimte wordt gebruikt (het profiel van de weg, de plaatsing van groenvoorzieningen, objecten, (bouw)werken van derden e.d.). Het college beslist of een kabel of leiding moet worden verwijderd, verplaatst of aangepast. Het college kan op basis van de uitkomsten van het overleg een voorstel doen voor het nemen van maatregelen om het project mogelijk te maken. In het voorstel kan het college een nieuw tracé voor de te verplaatsen leiding aangeven. Dit is niet noodzakelijk. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken netbeheerder een nieuw tracé te vinden. 4.. De netbeheerder inventariseert zelf of er, naast de vergunning of het instemmingsbesluit, andere vergunningen (bijvoorbeeld een APV of omgevingsvergunning), meldingen, ontheffingen of toestemmingen benodigd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel