Voor deelname aan de collectieve zorgverzekering geldt:
dat het inkomen niet meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
dat het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 derde lid van de wet.
Voor het bepalen van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in het eerste lid, wordt de kostendelersnorm niet toegepast.
Een inkomenswijziging na toekenning van de bijzondere bijstand voor de kosten van de collectieve zorgverzekering, die beëindiging van de bijzondere bijstand tot gevolg heeft, heeft geen gevolgen voor het kalenderjaar waarvoor de bijzondere bijstand is toegekend.
De collectieve zorgverzekering bestaat uit een basisverzekering en een aanvullende verzekering. De volgende pakketten worden aangeboden:
CZ
VGZ
Pakket 1
Basisverzekering + Aanvullend pakket start
Basisverzekering + Aanvullend pakket Compact
Pakket 2
Basisverzekering + Aanvullend pakket Extra
Basisverzekering + Aanvullend pakket Compleet
Pakket 3
Basisverzekering + Aanvullend pakket extra Uitgebreid
Basispakket + Aanvullend pakket Compleet met € 0,- eigen risico
Het college verstrekt bijzondere bijstand voor de kosten van het aanvullende pakket ter hoogte van:
Pakket 1: volledige premie aanvullende verzekering;
Pakket 2: volledige premie aanvullende verzekering;
Pakket 3: de premie van de aanvullende verzekering van pakket 2.
Artikel 2.4 Eigen risico
Het college verstrekt geen bijzondere bijstand voor het verplicht eigen risico in het kader van de Zorgverzekeringswet of voor de uit een vrijwillig gekozen hoger eigen risico voortkomende kosten.
Artikel 2.5Vervoer naar ziekenhuis/medisch specialist in verband met een behandeling
Het college verstrekt bijzondere bijstand voor de kosten van het vervoer aan personen die deze vervoerskosten hebben vanwege de noodzaak van medische behandelingen in een ziekenhuis of een andere behandelingsinstelling in Nederland, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De kosten van de behandeling waarvoor reiskosten worden gemaakt, worden vergoed op grond van de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg.
Het ziekenhuis of de instelling waar de behandeling plaatsvindt, is de dichtstbijzijnde optie voor de behandeling.
Wanneer reiskosten voortkomen uit de behandeling van een ten laste komend kind in het kader van de Jeugdwet, wordt de noodzaak van eigen vervoer onderbouwd.
Het college verstrekt alleen bijzondere bijstand voor reiskosten, indien de enkele reisafstand vanaf het woonadres naar de plaats van bestemming meer dan 10 kilometer bedraagt. Bij een medische behandeling kan hiervan om medische of sociale reden gemotiveerd van worden afgeweken.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van het reguliere openbaar vervoer tarief 2e klas voor het goedkoopst mogelijke traject.
In afwijking van het derde lid wordt de hoogte van de bijzondere bijstand bepaald op basis van de kortste route en een kilometervergoeding die gelijk is aan het in artikel 13a, vierde lid, onder e van de Wet op de loonbelasting genoemde bedrag, indien de belanghebbende met de auto reist én het reizen met het openbaar vervoer niet goedkoper is.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Collectieve zorgverzekering
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2024 (gemeente Eersel)