Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Afzien van gebiedsontzegging, ontheffing en intrekking van gebiedsontzegging

Onderdeel van BELEIDSREGELS GEBIEDSONTZEGGING ARTIKEL 2.4.3 APV GEMEENTE ARNHEM 2024

1.. De burgemeester ziet in de volgende situaties af van het opleggen van een gebiedsontzegging: in het geval de overlastgevende persoon direct na het optreden van de openbare orde verstorende handeling in hechtenis verblijft gedurende ten minste de periode waarvoor de gebiedsontzegging zou gelden in het geval de overlastgevende persoon niet in hechtenis zou verblijven; in het geval de samenloop van strafrechtelijke maatregelen en bestuurlijke maatregelen volgens de burgemeester contraproductief is en de strafrechtelijke maatregel voor politie dan wel het Openbaar Ministerie de voorkeur geniet; indien een andere volgens de burgemeester geschiktere bestuursrechtelijke maatregel voorhanden is. 2.. De burgemeester verleent op aanvraag tijdelijk ontheffing van de gebiedsontzegging wanneer na het opleggen van de gebiedsontzegging feiten en omstandigheden zich voordoen die naar zijn oordeel hiertoe aanleiding geven. 3.. De burgemeester trekt de gebiedsontzegging in wanneer de persoon aan wie de gebiedsontzegging is opgelegd naar zijn oordeel voldoende aannemelijk maakt dat een verdere verstoring van de openbare orde, in het gebied waarvoor de gebiedsontzegging geldt, zich niet langer zal voordoen.

Rechtspraak bij dit artikel