De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende situaties:
**a..** het aanpassen van het omgevingsplan conform een onherroepelijke omgevingsvergunning;
**b..** het aanpassen van het omgevingsplan voor de volgende gevallen:
het bouwen van minder dan 12 woningen;
het bouwen van een nieuw hoofdgebouw, niet zijnde een woning, waarbij de gebruiksoppervlakte niet meer bedraagt dan:
500 m², indien gelegen binnen de bebouwde kom,
5.000 m², indien gelegen buiten de bebouwde kom.
het gebruik van gronden in strijd met het omgevingsplan, waarbij de perceelsoppervlakte niet meer bedraagt dan:
1.500 m², indien gelegen binnen de bebouwde kom,
15.000 m², indien gelegen buiten de bebouwde kom.
het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, waarbij:
de hoogte niet meer bedraagt dan 20 m; en
de bebouwingsoppervlakte niet meer bedraagt dan 2.500 m².
**c..** het aanpassen van het omgevingsplan, voor zover het wijzigingen betreft van technische aard.