Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse educatie

1. Een subsidie per VE-peuter op jaarbasis: a. indien er geen recht is op KOT een subsidie die als volgt wordt berekend: 40 weken x 16 uur x € 10,25 minus de ouderbijdrage ad € 131,20 conform de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2024. b. indien er recht is op KOT een subsidie die als volgt wordt berekend: 40 weken x 8 uur x € 10,25. c. als voorwaarde geldt dat een VE-peuter gedurende minimaal 16 uur per week deelneemt aan VE tenzij er sprake is van een ingroeiperiode. d. voor de berekening van de subsidie wordt uitgegaan van het aantal VE-peuters opgegeven in het aanvraagformulier. e. er is een subsidiebudget beschikbaar om tegemoet te kunnen komen aan een eventuele groei van het aantal VE-peuters in 2024. Dit budget is 20% van het totaal toe te kennen budget voor VE - educatie. Dit fonds wordt alleen beschikbaar gesteld als er in 2024 meer VE-peuters zijn geplaatst dan het aantal per 1 oktober 2023. De toekenning vindt plaats op volgorde van datum van binnenkomst van de peildatumgegevens voor het aantal VE-peuters. f. De subsidie wordt in 2024 op basis van het voorlopig toegekende subsidiebedrag als voorschot uitbetaald in het eerste, tweede en derde kwartaal. De uitbetaling van het vierde kwartaal zal gaan aan de hand van het werkelijke aantal VE – peuters op de peildata 15 januari 2024, 01 april 2024 en 01 oktober 2024. Bij wijze van voorschot wordt ten hoogste de toegekende subsidie, vermeerderd met de subsidie voor VE-peuters. De subsidie voor de pedagogisch beleidsmedewerker zoals genoemd in 8.5 wordt vastgesteld op de peildatum 1 januari 2024 en bij het vierde voorschot in 2024 uitbetaald. 2. Een subsidie van € 7.500 per VE-locatie, bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van huisvesting, organisatie, aanschaf/vervanging van materialen e.d. Er wordt alleen subsidie voor een locatie toegekend en niet per groep. 3. Een vast subsidiebedrag per locatie van € 2.750 als tegemoetkoming in de kosten voor opleiding en ouderparticipatie. De houders geven in het subsidieverzoek aan welke opleidingen gevolgd gaan worden en welke activiteiten voor ouderparticipatie worden uitgevoerd. 4. Inzet van een extra pedagogisch medewerker op een groep tijdens dagdelen waarop een groep van 8 peuters/1 begeleider of 16 peuters/2 begeleiders voor 50% of meer uit VE-peuters bestaat: € 30 per uur voor het aantal uur dat de extra pedagogisch medewerker op de groep staat (aantal openingsweken op jaarbasis x aantal uur per week x € 30). 5. Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie: € 400 per VE-peuter op peildatum 1 januari 2024. 6. De subsidie wordt als volgt uitbetaald: a. De subsidie genoemd onder 8.1a, 8.1b, 8.1 e en 8.5 wordt aan de hand van het voorlopig toegekende subsidiebedrag in vier delen in het eerste, tweede en derde kwartaal als voorschot uitbetaald. b. De subsidie genoemd onder 8.1a, 8.1b, 8.1 e en 8.5 wordt aan de hand van het werkelijke aantal VE-peuters op 15 januari 2024, 1 april 2024 en 01 oktober 2024 berekend. Medio oktober vindt, bij de betaling van het vierde deel, de daadwerkelijke verrekening plaats over het jaar 2024. c. De subsidie genoemd onder 8.2, 8.3 en 8.4 wordt in vier delen van de toegekende subsidie per kwartaal uitbetaald. d. Bij wijze van voorschot wordt ten hoogste de toegekende subsidie, vermeerderd met de subsidie voor VE-peuters genoemd onder 8.1.e uitbetaald.

Rechtspraak bij dit artikel