Naar hoofdinhoud
Degene die een particuliere rioolaansluitleiding aanlegt of wijzigt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 3, is verplicht: alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op het perceel dat is aangesloten op de voorziening voor het beheer van afvalwater verzanding wordt voorkomen; en de doelmatige werking van de rioolaansluitleiding, naburige aansluitingen en de voorzieningen voor het beheer van afvalwater worden beschermd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel