PW
Als een inwoner een geldbedrag en/of goederen ontvangt dan wordt met deze middelen rekening gehouden bij de beoordeling van het recht op een uitkering.
Giften tot een bedrag van € 1.800,- per alleenstaande (ouder) of gezin per kalenderjaar worden niet als middelen gezien en hoeven niet gemeld te worden. Deze giften hebben geen invloed op de hoogte van de uitkering. Hierbij geldt het volgende:
het moet duidelijk zijn van wie de gift afkomstig is en waarvoor deze bedoeld is;
als er geen recht op uitkering bestaat over het hele kalenderjaar wordt naar rato van het aantal maanden gerekend dat in het kalenderjaar een uitkering wordt verstrekt;
de waarde van giften in natura wordt bepaald aan de hand van de NIBUD prijzengids;
als een inwoner niet bewijst dat het ontvangen geldbedrag een lening betreft, dan wordt het ontvangen geldbedrag gezien als een gift.
Als de giften hoger zijn dan € 1.800,- per kalenderjaar wordt het bedrag dat boven € 1.800,- uitkomt gezien als inkomsten of vermogen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.2
Vrijlating van giften
Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024