PW
Voor een aanvraag bijzondere bijstand wordt de draagkrachtperiode vastgesteld voor 12 maanden, de ingangsdatum is de eerste van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
Als binnen de draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend, dan wordt de draagkracht niet nog een keer beoordeeld. In dit geval worden de kosten van de nieuwe aanvraag verrekend met de resterende draagkracht in die periode.
Bij bijzondere omstandigheden kan de duur van de draagkrachtperiode en de hoogte van de draagkracht tijdens de draagkrachtperiode worden gewijzigd.
Bij de beoordeling van de draagkracht wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm.
Tot een inkomen van 110% van de bijstandsnorm is er geen draagkracht.
Van het inkomen tussen 110% en 120% van de bijstandsnorm, wordt rekening gehouden met 20% draagkracht.
Van het inkomen tussen 120% en 150% van de bijstandsnorm, wordt rekening gehouden met 40% draagkracht.
Bij een inkomen hoger dan 150% van de bijstandsnorm, wordt rekening gehouden met 100% draagkracht. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Als de inwoner een goede financiële buffer heeft, wordt dat deel van het vermogen gezien als 100% draagkracht.
De eigen bijdrage voor de Wlz wordt op de draagkracht in mindering gebracht.
Het verschil tussen de kosten die voor bijzondere bijstand in aanmerking komen en de draagkracht bepaalt de hoogte van de bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.3
Draagkracht, inkomen en vermogen
Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024